september 6th, 2016

3 augustus 2016

Bert komt aan boord

Broer Bert komt een weekje meezeilen in de Algarve. Het lijkt me erg leuk dat hij hier meevaart. Zeker nu zijn vakantie naar Denemarken letterlijk en figuurlijk in het water is gevallen. Hij kreeg daar veel regen en harde wind. Hier is het nu 30 graden met prachtig weer. Alleen de wind is niet altijd betrouwbaar, die luistert niet naar de weerberichten en weet daardoor niet hoe hard en uit welke richting hij blazen moet.

Als Bert dinsdags aankomt mist hij net de bus naar Faro, zodat hij pas tegen twaalf uur aankomt in de stad. Wij met de bijboot naar Zeezot en daar Bert aan boord geinstalleerd. We kunnen rustig aan doen. Het tij loopt hard tegen, zodat we pas tegen vijven naar Culatra kunnen varen op de genua. Daar hebben we geankerd, gegeten en het eiland over gewandeld.

De volgende dag hijsen we de zeilen en varen naar Albufeira met zwakke wisselende de winden. We komen ’s middags in de haven aan. Een beetje rondgehangen en ’s avonds de stad in om rond te kijken. Het is er druk. We scoren een ijsco, zwerven het stadje rond en raken zelfs de weg kwijt. We lopen ongewild een heel eind om, maar hebben daardoor wel genoeg beweging gehad en dat is weer goed voor het lijf.

Donderdag 5 augustus

Ik wil Bert de rotskust van Albufeira laten zien dus weer een eind wandelen. Het is wel de moeite waard. Wanneer we tegen de middag weer aan boord komen ga ik nog even eten halen in de supermarkt die boven op een berg ligt, altijd leuk sjouwen. Bert maakt ondertussen de boot vertrekklaar. Daarna zeilen we met wisselende wind weer in tegenstelling tot het weerbericht dat oostenwind had voorspeld, naar Alvor. De weg er heen is met hindernissen van geen wind tot harde wind uit de noordwest voor de laatste 4 mijl. Dubbel gereefd en laverend leggen we het laatste stuk af. Tevreden liggen we daarna achter de dam voor anker en genieten van de plek waar nu veel kitesurfers heen en weer vliegen over het water met af en toe hoge sprongen.

Later in de avond met laag water naar het plaatsje Alvor gevaren. We konden nog net over een zandplaat scharrelen en vinden een mooi anker plekje voor de nacht. ’s Morgens een mooie wandeling gemaakt over een plankier dat hier door de kwelders ligt. Daarna lopen we even het dorpje door om een brood te kopen. Weerbericht; noordwesten wind later draaiend naar west, en wij hebben op weg naar Culatra zuidoosten wind, hoezo weersvoorspelling.

Het is gelukkig wel bezeild zodat we lekker kunnen opschieten. Later ruimt de wind nog wat en kan de genaker erop en scheuren we door het water met 7.5 knoop. Als de wind nog meer aanhaalt toch maar de genaker er af en de genua erop, want anders scheurt dit lichte zeil nog kapot.

Om zeven uur kunnen we het anker laten vallen voor Culatra, tijd voor een borrel. Maar dan komen Jaap en Ali langs; zij gaan aan de wal borrelen. Goed idee, vinden wij ook. Op het eiland is het een drukte van belang. Er is een feest van Carmen, de beschermvrouwe van de vissers. Dat betekend uitpakken met een groot feest, muziek en eterij. Wij zoeken Jaap en Alie, nog een andere Jaap en Sabine op om daar gezellig met elkaar bij te kletsen. En te veel te drinken want als het gezellig. Dan vergeet je maat te houden en drink je gauw te veel. Niet dronken maar net te veel.

Zondag. wat nu? De wind zou naar het oosten draaien en dan behoorlijk blazen dus een zeiltocht is dan niet zo handig. We besluiten dan maar het eiland een stuk rond te wandelen. Het werd een een pittige wandeling te meer omdat het zo heet was. Terug aan boord zwemmen om af te koelen. En dan happy hour met hapje en een drankje. Morgen moeten we naar Faro varen, want Albertien komt ’s avonds aan en de dag erop vliegt Bert weer naar huis. En zo vliegt deze week ook weer voorbij.

Als ik ’s avonds in het stikke donker over het water naar de kant scharrel om Albertien op te halen, staat ze op de haven al op me te wachten. Dat is snel, dat had ik niet verwacht. We gaan even op een terrasje zitten met een biertje om bij te praten en dan naar de boot.

Het is inmiddels dinsdag. Bert breng ik met Albertien naar de wal om terug naar huis te vliegen. Wij gaan bevoorraden om de terugreis naar Nederland te kunnen aanvaarden. De dag daarop morgen willen we nog even bij Jaap en Alie langs. Uiteindelijk treffen we die in Villamoura een veel te dure haven. Maar dat moet kunnen af en toe. We spoelen de boot en ons zelf grondig af en doen een was. Daarna een gezellige avond aan boord van de Bull met de bemanning van de Novatrix, die aan de vooravond van een rondje Atlantic staat.

De eerst volgende stop wordt Alvor. Daar heerlijk rustig gelegen en de boot op orde gebracht om de volgende morgen vroeg te vertrekken. Het doel is in een keer door te varen naar Cascais. Maar bij cabo Vincente krijgen we het behoorlijk voor de kiezen. Het blaast er keihard omheen windkracht 7 met uit schieters naar 8 bft. driemaal gereefd grootzeil een puntje genua en dan nog 7.5 tot 8 knoop door het water schieten. Veel water over. We worden allebei drijfnat en het is een hele klus om de boot op koers te houden. Na een aantal uren neemt de wind wat af en kunnen de windpilot er in gooien en die de boot laten sturen.

Helaas die pret duurt niet zolang de wind geeft er de brui aan en we moeten op de motor verder. Zeilen blijft je bezig houden op allerlei manieren en niet altijd is dat leuk. Af en toe verwens je de wind met zijn grilligheden.

De zee is nog er onrustig. We hotsenbotsen over het water en besluiten dan ook voor de nacht te ankeren bij Sines en de volgende dag vroeg verder te gaan. Na een relatief rustige nacht, je ligt daar toch behoorlijk te rollen gaan we om 6 uur ’s morgens door naar Cascais. De zee is nu gelukkig vlak. Na een paar uur moteren kunnen we eerst op het oliezeil en later zonder olie heerlijk zeilen. De laatste 5 mijl mag er zelfs weer fiks gereefd worden. Om 5 uur liggen we op de ons vertrouwde ankerplek bij Cascais.

We nodigen de Nederlandse buren uit voor een drankje. Die komen na aan de kant gegeten te hebben tegen tienen kletsnat bij ons aan boord. De wind haalt hier tegen de avond behoorlijk aan en ze moesten tegen de golven in terug. De volgende dag gaan we even naar de wal voor boodschappen en zijn verder aan boord. Ook nu haalt de wind weer erg aan. Meer nog dan gisteren. Kloppend met de voorspellingen tot wel 33knts in vlagen. Om 5 uur komt Chiel van Skik, een grote catamaran van 16 meter, even langs voor een pilsje. Ook hij is op de weg terug naar Nederland. Nog een hele klus alleen op zijn grote cat. Dan krijgen we een smsje van de mensen van Amorette. Deze Engelsen hebben we vorig jaar voor het eerst ontmoet in Boulongne sur Mer. Zij hebben ons gezien op de AIS en liggen hier in de haven. We spreken af om morgen aan de wal koffie te gaan drinken.

Het is een leuk weerzien met de Engelse zeilers. We horen de verhalen van elkaar wat we allemaal beleefd hebben in tussentijd. Drinken ondertussen een kop koffie en dan begint een duo muziek te maken we zitten er pal voor toch maar een andere plek zoeken we kunnen elkaar niet verstaan. Op een ander terrasje verder bijgepraat zodat we weer op de hoogte zijn, zij zakken af naar het zuiden en wij gaan naar het noorden.

Het plan was om nog een nachtje te blijven en dan bij het krieken van de dag te vertrekken. We zien dat er een groot podium opgebouwd wordt en dat betekend hier een nacht wakker liggen van de herrie. Wat te doen? Om acht uur trekken we het anker er uit en gaan op weg. Om Cabo Razo staat natuurlijk weer een stevige wind maar eenmaal voorbij de kaap is het rustiger en zo zeilen we richting Penice, helaas niet veel later zakt de wind er uit en gaan we verder op de motor.

Onderweg zijn we het gemotor zat en zijn Penice inmiddels voorbij. De volgende haven is Nazare, maar er voor ligt volgens Albertien nog een mooie baai, Concha de St. Martinho do Porto. Het blijkt een prachtig, beschut baaitje te zijn. We liggen hier met maar 3 buitenlandse boten voor anker de rest is van lokale vissers.

De dag daarop vertrekken we weer vroeg. In het begin van de middag komen we aan in Figuera da Foz en meren af in de jachthaven. Daar de was gedaan, moet ook af en toe gebeuren, en naar de winkels om het eten weer aanvullen. Dan ’s avonds nog een lekkere douche en te kooi morgen om zes uur weer op pad. Het is nog donker als we uitvaren. Het wordt een grote sprong die we willen maken naar Leixoes, dat is zo’n 65 mijl varen. Natuurlijk weer geen wind dus motor aan. Dat weten we wel, maar toch. We hebben voor deze windstille periode gekozen om naar boven te varen want normaal blaast er een harde noorden wind langs de Portugese kust . En kruisen is geen optie vanwege de golven en de harde wind. Je moet dan minstens 100 mijl uit de kust om er tegen in te kunnen. De andere optie is varen in de nachtluwte van het land. Voor ons geen aantrekkelijke optie met alle vissersboeitjes hier langs de kust. Het wordt de hele dag op de motor met af en toe zeil er bij, dat scheelt weer een knoop snelheid. Zo komen we aan het eind van de middag aan in Leixoes. Een plekje in de jachthaven gezocht en een stevige wandeling langs de boulevard gemaakt.

De volgende morgen zo gauw het een beetje licht wordt willen we weer opweg. Helaas hoor ik als ik wakker wordt de misthoorn loeien. Dat is balen. Wanneer ik m’n hoofd door het luik naar buiten steek zie ik een grijze massa; het zit potdicht van de mist. Terug in bed en over een uur maar weer kijken. Ook dan is het nog steeds potdicht. Wat is wijsheid? Ook vandaag willen we weer een fikse afstand afleggen. Het liefst in een keer door naar Baiona in Spanje. We spreken een Franse buurman die wil ook weg. We kunnen wel samen varen, spreken we af. En als we naar buiten varen is het zicht nog geen 30 meter en loeien overal om ons heen de misthoorns. Dit is te gek! We zien de Franse boot die vlak achter ons moet zitten niet eens meer. Nee wij gaan de haven weer in en dan komen de Fransen pas naar buiten. Zij gaan door en willen het toch proberen. Wij gaan terug naar de haven en als we net gemeerd liggen wordt de mist iets dunner. Nu zien we vaag de overkant van de haven.

Eerst maar een bakje koffie maken. Ondertussen wordt het zicht beter. Nog niet veel, maar nu durven we wel uit te varen. We moeten steeds goed uitkijk houden en in de mist staren met name voor de vele visboeien die hier liggen en die wil je, zoals gezegd, niet graag in je schroef krijgen. Het wordt een lange en vermoeiende tocht met constant uitkijk houden op radar en buiten. Pas aan het eind van de tocht trekt de mist op, wordt het helder en kunnen we de wereld weer aanschouwen.

Als we om 20 uur in Baiona aankomen en het anker er in gooien zien we dat er een aantal Nederlanders op de ankerplaats liggen. Het zijn nieuwe vertrekkers die de wereld gaan verkennen. Joke en Henk van Bluenose kennen we. We wisten via de AIS al dat ze hier zouden kunnen liggen. Zij zijn helemaal verbaasd ons hier tegen te komen. We moeten eerst maar bijpraten wat er allemaal gebeurt is. Joke heeft vijf weken geleden haar voet gebroken en kan nu net weer een beetje rondkruppelen. Ze hopen binnenkort de reis te kunnen vervolgen.

We spreken af om de volgende dag samen te eten. Wij zullen koken en het wordt mijn befaamde nasischotel, altijd weer lekker. Als we ’s morgens wakker worden giet het van de regen. He ja zo klinkt dat, net of je in Nederland bent, doe ik er wel goed aan om terug te gaan? Ook Skik is vannacht binnen gelopen. Hij heeft veel ’s nachts gevaren en aan het begin al een boeitje overvaren. Bij het uitzetten van de motor kwam het boeitje gelukkig los. Later bleek er nog wel een stuk lijn van wel 5 meter aan de schroef te hangen. Als het droog wordt eerst een rondje door Bayona. Dit is voor ons al de derde keer dat we hier zijn. Altijd ook weer leuk om oude bekende plaatsen aan te doen en weten waar de supermarkt is en de bakker zit. Albertien gaat Joke gezelschap houden en ik ga met Henk een eind wandelen.

Later die avond de na gegeten bij Bluenose aan boord want Joke is met haar voet niet zo mobiel en kan moeilijk in de bijboot komen. Het is een gezellige avond. Er worden veel wetenswaardigheden uitgewisseld en het is zomaar weer laat.

Het is inmiddels zaterdag 20 augustus.

Klussen aan boord en wat opruimen dan is de morgen zo weer voorbij. In de middag de stad in boodschappen halen en nog even bij Bleunose, die een nachtje in de haven ligt, langs. Daar te lang gekletst zodat het slotje van de bijboot onder water zat. Ik kon er tot aan de knieen in het water staand er net bijkomen. Bootje bevrijd en toen Albertien en de boodschappen opgehaald. Dan naar Zeezot want de volgende afspraak is aan boord van Skik. Chiel heeft ons uitgenodigd voor happy hour om een biertje te drinken. En daarna gaan we met z’n drieen uit eten bij Bleunose. Ook dit is weer een geslaagde avond.

We gaan weer verder en willen richting La Caruna. Onderweg stoppen we in Ria Arosa bij het plaatsje Caraminal. We hebben er nostalische gevoelens bij, maar eenmaal daar zijn ze snel voorbij. Er liggen 3 koelschepen in de haven en die maken veel herrie. Dat wisten we ook wel van de vorige keer, maar we waren het even vergeten. Bovendien wordt het feest van Carmen hier gevierd. En ook dat gaat vaak gepaard met lawaaierig feestgedruis. Voor een rustige nacht gaan we naar een baaitje verderop bij Puerto de Santa Uxia de Ribeira. Hier is het een stuk beter.

We liggen voor een strandje en hebben van Maru gehoord dat achter het strandje een Lidl winkel is en die moeten we net hebben. Onze koffie raakt op, tijd om aan te vullen. Ik zet Albertien op het strandje, kan zij shoppen en pik ik haar later weer. Bevoorraad we kunnen anker op en verder. De volgende stop wordt Cabo Finisterre. We ankeren aan de binnenkant van de kaap en liggen er mooi beschut voor de nacht alhoewel de wind flink door het wand giert. In de morgen wordt het weer stil in het luchtruim en hangt er een lichte mist langs de bergen.

Ankerop en verder naar Muxia, daar La Coruna nog net te ver is want dan we moeten eindeloos (nog 44 mijl extra) op de motor varen met geen wind of tegenwind. Daar wordt ik niet blij van. Voor de verandering geef ik er deze keer de brui aan. Albertien wil wel verder nu de wind zo licht tegen is, maar ik ben het gemotor zat. Om 12 uur lopen we de haven binnen. Er moet diesel getankt worden en dat kan hier alleen met jerrycan’s maar dat lukt allemaal weer. Tank weer gevuld. Kijken we nog een keer naar de weersberichten en zien dat het weer omslaat. Er wordt een stevige noordoosten wind verwacht, we hadden beter door kunnen varen. Helaas niet gedaan.

We liggen vervolgens vier dagen vast in Muxia. Er blijft een vervelende wind staan uit de verkeerde hoek en te hard. We maken hier wandelingen en organiseren happy hour’s met Eos en Skik, die hier ook vast liggen. Met name met Chiel van Skik hebben we veel contact we eten af en toe samen.

Eindelijk zien we een weergaatje om naar Cedeira te gaan. Dat is een behoorlijk stuk verder zo’n 65 mijl. We kunnen nog een tussenstop maken in La Coruna, maar we gaan toch door al is het wel veel motoren. Korte stukken kunnen we nog wel zeilen en net voor donker komen we in Cedeira aan.

Zondag morgen ik kijk naar de weerberichten en er ligt een hoge druk gebied boven de Atlantic Oceaan west van de golf van Biskaie. Ik denk dit is onze kans bespreek het met Albertien die erg tegen de overtocht aan hikt. En we besluiten toch maar te gaan maken contact met Chiel maar die komt helemaal als een dweil aan dek. Hij zegt dat hij griep heeft en niet in staat is om te vertrekken. Dat is spijtig maar we besluiten wel te gaan, dit is onze kans.

We varen uit en er staan hoge golven buiten voor de deur. Gelukkig is de tegenwind niet te hard zodat de golven mooi rond zijn. We motoren 3 uur naar het noorden. De zee is erg warrig en wild. We worden dan ook flink door elkaar geschud. Daarna kunnen het zeil erbij trekken en de wind neemt langzaam toe uit de te bezeilen richting en we zeilen met een flinke gang naar Audierne zuidoost van Brest in Frankrijk. De weg rechtstreeks is 303 mijl, we hebben nog even te gaan.

Als de eerste 24 uur om zijn hebben we 120 mijl afgelegd. Het is wel een heftig stuk zeilen geweest met hele stukken gereefd. We hadden dan wel goede snelheid maar werden flink door elkaar geschud, gewoon doorbijten. De wind zat nog noordwest zou meer west zijn volgens de berichten. En blies na een rustig begin stevig door.

De volgende 24 uur kenmerken zich voornamelijk noorden winden. We kunnen het net niet bezeilen en moeten af een toe een slag naar het westen maken. De wind is afgezakt tot tussen de 8 en 16 kts. Snelheid is daardoor laag en ook nog kruisen. In de avond draait de wind door naar het oosten zoals voorspeld dankzij het hogedruk gebied. Na 48 uur zeilen hebben we nog 120 NM te gaan.

Het laatste etmaal valt het mee. De zee wordt rustiger en de wind blaast met zo’n 10 tot 15 kts uit het oosten. Dat is comfortabel zeilen en zo verstrijkt deze dag rustig zeilend. Het is een verademing. Zeezeilen kan dus ook aangenaam zijn. ’s avonds zakt precies zoals de voorspellingen de wind er uit nu de hele nacht door op de motor en zo komen we om 11.45 aan bij Audierne. We kennen de plek nog van vorige jaar en weten we hier terecht kunnen zolang de wind niet te hard uit het zuiden blaast.

Als we geankerd zijn, we kunnen nog niet naar binnen van wege de eb, daalt er een heerlijke rust over de boot. We lunchen en bellen wat familie en vrienden en zo ook Chiel van de Catamaran Skik met de vraag of zijn griepje over is. En dan krijgen we een heel verhaal te horen. Chiel is de dag na ons vertrokken. Zijn griep was wat afgezakt en hij dacht laat ook ik het mooie weer nog maar even pakken. Net als bij ons is de zee erg ruw als hij naar buiten vaart. Hij denkt ik doe het rustig aan met reven in de zeilen. Het waaide 5 tot 6 bft. ging wel lekker. Maar als hij zo’n 12 mijl uit de kust is hoort hij een enorme klap en ligt zijn mast overboord en half op het schip. De voorstag is gebroken.

Chiel schrikt zich rot. Zijn boot ligt erg te rollen en de mast klapt tegen het schip. Snel handelen denkt Chiel en begint zo goed en kwaad als het gaat de mast aan de boot vast te binden zodat het klappen ophoudt. Daarna alle losse lijnen binnen halen en zo vaart hij in de ruwe zee terug naar Cedeira met een snelheid van 1.5 knoop. In de baai krijgt dan gelukkig hulp van een andere zeiler en ze ruimen de spullen zo goed mogelijk op. Alleen de mast is te zwaar en het zeil zit er nog aan vast, daar moet een kraan bijkomen.Klusje voor morgen.

Na dit verhaal van Chiel ben ik diep onder de indruk, wat ramp voor die man. In Baiona heb ik hem nog de mast in gehesen om de boel na te kijken en te smeren en nu dit. Wij gaan nu ankerop en varen de haven van Audierne binnen om voor een paar dagen de luxe van een haven te hebben en niet te rollen op de zwel, die op veel ankerplekken bijna altijd voelbaar is. In de haven de gebruikelijke bootklussen; boot schoonmaken, wasje doen en nu toch ook maar de mast in om de stagen te controleren. Alles is oke. Ik zie geen verontrustende dingen, de stagen zien er goed uit. Later die dag ontmoeten we nog een Nederlands stel Frans en Helma van Polaris, die liggen hier ook in de haven. Ze zijn ook onderweg naar Nederland. We drinken samen ’s avonds een wijntje bij hun aan boord. Het een gezellig avond. Ee horen van elkaars plannen en praten over de toekomst.

Later die dag Chiel nog gebeld over zijn problemen en hij verteld dat het niet goed komt.

De vissers hadden gisteren geen tijd meer, dus lukt het die dag niet meer en ook de volgende de dag komt het niet goed. De vissermannen van de plaats willen het met de bootlift de mast liften. Ze trekken ondanks de aanwijzigingen van Chiel aan de verkeerde kant van de mast en beschadigen die zo nog meer. De mast komt aan de kant en Chiel gaat hem ver mogelijk strippen om hem te kunnen vervoeren naar Nederland. De boot wil hij op de motoren terug varen. 800! mijl, dat wordt nog een lange tocht. Sterkte Chiel.

Vrijdag 2 september.

We varen vandaag naar Brest. Er komt een staartje van een orkaan over de oceaan daar kunnen we last van krijgen dan maar een klein stukje opschuiven. Brest is een grote stad, maar helaas is de vakantie tijd voorbij en is het hier een dooie boel. Veel zaken bij de haven zijn gesloten. We wandelen langs de kade en er is weinig te beleven. Een paar restaurantjes hebben het nog druk maar verder is het erg stil hier. Bij het drukste restaurantje gaan we eten. Het was er drukker dan lekker.

Morgen willen we naar Camaret varen daar nog even rondneuzen en dan maandag naar Guernsey varen, 135 mijl een nachtje doorhalen. We zien wel. Natuurlijk pakt het anders uit er komt dikke wind aan en we blijven in Brest. De bijboot ruimen we op, die kan weer in de kuipbank. Dat geeft weer ruimte aan dek ook erg fijn. Verder nog wat schoonmaken en ik tracht de dieptemeter van een Engelse achterbuurman te repareren. Er is zoutwater in gekomen. Helaas als we hem uit proberen, blijkt de dieptemeter overleden te zijn.

Zondag 4 sept.

10.30 uur de touwen los. Wij hebben veel verwarring aan boord over de getijdestromen buiten bij Brest. Volgens navionics moeten we nu weg om de stroom mee te hebben en de Reeds almenak geeft een heel ander beeld en wij twijfelen aan de juistheid van de gidsen.

We gaan gewoon en we zien wel. Uiteindelijk klopt de informatie van navionics en hebben het tij de hele weg mee en we stoppen in Roscoff in Frankrijk waar we met doodtij binnen lopen. Helaas de hele weg gemotord met hoge deining op zee en wel tij mee. We varen hele tijden wel 9kts over de grond. Om negen uur meren we af in Roscoff, gaar van het varen op de motor, want van de beloofde wind was niets te bespeuren. Eigenlijk zouden we van wege de beloofde wind, die nacht of de volgende ochtend vroeg door moeten varen. In plaats daarvan slapen we tot onze verbazing door tot 10 uur.

De volgende dag maken we contact met het Duitse buurschip Foxy Lady. Ook zij staan aan de vooravond van een rondje Atlantic. Ze liggen hier wat langer, omdat er door de sterke stroming in deze haven er een schip tegen ze aan is gevaren. De reperateur laat wat op zich wachten. Die avond loopt ook de Polaris binnen. Dat komt mooi uit want we hebben genoeg eten voor vier.

Doordat we de mooie wind hebben laten lopen moeten we een paar dagen wachten op goed weer en dat wordt woensdag verwacht. Een zuidoosten windje en daarmee moeten we Guernsey kunnen aan varen. We gaan beleven. Jullie lezen dat wel in het volgende verhaal. Verder door naar het Noorden.