juli 26th, 2017

Het Caledonisch Kanaal

We verkennen Inverness. Wat wel een aardige plaats is met alle grote winkels die je maar nodig kan hebben voor de nodige inkopen. De volgende dag gaan we verkassen door zeesluis, de eerste van 14 in het totaal. We meren af in het kanaal bij Seaport marina daar mag je gratis liggen na wel de ‘canalfee’ betaald te hebben van 240 pond. We hebben er natuurlijk wel echt Schots weer er bij Het regent dat het giet, maar het is gelukkig een bui, zij het een lange.

Als we bij de marina afgemeerd hebben, gaan we nog wel even winkelen want er zit hier vlakbij een Lidl met onder andere onze favorite koffie en brood. Zo, nu kunnen we de eerste tijd wel vooruit. Dat is ook nodig, want onderweg zijn er niet veel mogelijkheden om in te slaan. Dus tanks vol, koelkast vol en gaan.

De volgende dag is het droog en dat is ook heel aangenaam. We starten meteen met een serie sluizen van 4, maar daarvoor moeten we eerst door een brug. We worden opgeroepen door de sluis wachter dat de brug zo open gaat en dus maken we los met vijf andere schepen. Dat blijkt een misverstand. Ten eerste duurt het wel 10 minuten voor de brug open gaat en dan komt er een omgebouwd vrachtschip naar buiten dat moet draaien in de kom waar wij met zijn allen liggen te wachten. De kapitein van dat schip schrikt zich een rotje en sommeert ons op te rotten. Dat doen we dan ook. Later bedankt hij ons en zegt dat de sluiswachter zou zorgen dat hij ruimbaan zou hebben. Enfin na een kwartier dweilen mogen we dan eindelijk door de brug en beginnen we aan onze eerste sluistrap. Daar komen we doorheen zonder problemen. Het neemt alleen wel eindeloos veel tijd in beslag. Maar ja we zijn met pensioen dus tijd genoeg denk ik dan. ’s Middags gaan we voor anker in Loch Ness bij kasteel Urquhart. De baai daar is diep en alleen langs de randen kun je ankeren in hele slappe modder. Gelukkig is er weinig wind. Er ligt hier aan de enige gastenmooring die er is een Franse OVNI , die blij verrast is dat er nog 2 ovni’s bij komen.

Dan gaan we met de rubberboot van de Dolfijn naar de kant. We willen de ruines van het kasteel bezoeken. Na een lange wandeling door erg nat gras komen we bij het kasteel. Wanneer we het willen bezichtigen kost het zo’n 50 pond voor ons vijfen, dat vinden we net te dol. We gaan terug naar de boot. Sietse en ik nemen een alternatieve route met als gevolg nog nattere voeten door het lange natte gras, onze schoenen soppen en de broekspijpen kun je uitwringen. Enfin we hebben onze beweging weer gehad en mogen aan het happy hour beginnen.

De volgende morgen is de wind naar het westen gedraaid en toegenomen onze ankers beginnen te krabben, gelukkig pas na een heerlijke rustige nacht. Anker op en op weg naar Fort Augustus. Het wordt weer een motortocht. De wind blaast stevig over het meer en er staan al kopjes op de golven. Het kost ons 4 uur om 13 mijl af te leggen en dan kunnen we afmeren in Fort Augustus. Als we gemeerd liggen begint het harder te waaien. Zijn wij even blij dat aan de kant liggen. We maken een wandeling door het dorpje, wat eigenlijk niet veel voorsteld. Het wordt overspoeld door voornamelijk Japanse toeristen, die de legende van Nessie willen aanschouwen.

We gaan verder via een volgende sluizentrap en die zijn werkelijk prachtig om te zien. We varen daarna voor ons gevoel boven in de bergen. Ook de bergtoppen zijn kaal, het lijkt of je boven de boomgrens zit. Na weer veel motoruren meren we af vlak voor de sluis naar Loch Lochy. Het is wel een aardige plek en achter ons meert een huurboot met een heel stel jongelui aan boord. Ze zijn luidruchtig maar niet vervelend en hebben veel lol met elkaar. Later valt een van hun in het water. 13 graden! Dat wordt bibberen.

Volgende morgen op weg naar de Neptune’s staircase, dat zijn 9 sluizen achter elkaar. Onderweg ook nog een andere sluis gepasseerd. De eerste die naar beneden gaat. Ook nu weer een mooie tocht. Wij vinden het gedeelte na Loch Ness mooier. In Banavie blijven we een paar dagen liggen. Jelmer en Jolanda vliegen naar huis, want Jelmer moet zijn diploma en rijbewijs ophalen. Bovendien komt op de zelfde dag Hanne, een tantezegger van Albertien, aan boord. Samen met Sietse huren we een auto om een prachtig rondrit door de noordwest kant van Schotland te maken.

We hebben er zonnig weer bij en dan ziet Schotland er een stuk vriendelijker uit. We maken een mooie tocht langs de loch’s en door de bergen. Ook gaan we over het eiland Sky en dan met de ferry terug naar het vaste land. Is wel spannend hoor zo’n ferry tocht! Doen we niet zo vaak, ahum.

Als we terug zijn gaan we met de auto nog even boodschappen doen. Scheelt altijd een hoop gesjouw, dachten we tot we bij de sluizen aankomen. We moeten de auto onderaan parkeren en dan met al die boodschappen naar boven sjorren voorbij negen sluizen en nog een stuk langs het kanaal. En als we vlak bij de boot zijn zien we dat we ook met de auto naar boven hadden kunnen rijden tot vlak bij de boot. Stom al dat gesjouw.

’s Morgens de auto inleveren bij de verhuurgarage in Fort William. Samen met Sietse loop ik het hele stuk terug, een flinke wandeling. We gaan nog even langs een winkel om roomboter te scoren.

Vandaag gaan door de staircase 9 sluizen naar beneden en dan twee andere sluizen en dan zijn we het kanaal weer uit. Om een uur starten we met de eerste sluis. Albertien gaat met Sietse met de Dolfijn en ik ga met Hanne met Zeezot door de sluizen. Ik sluit achteraan en lig met de kont van de boot dichtbij de deuren zodat de motor steeds zachtjes in de vooruit moet staan om vrij van de deuren en de drempel te blijven. Maar verder gaat het vlekkeloos. Net voor de laatste sluis kunnen we tanken, dat is ook wel nodig want we raken door alle gemotor aardig door de diesel voorraad heen. Het lastige hier in de UK is dat je hier aan de waterkant alleen rode diesel kunt krijgen of ver moet lopen met twee zware jerrycans naar een autopomp en dan wel 3 keer op en neer en dan nog niet zeker weten of dat witte is. Bovendien is het even duur. Dus tanken we gewoon en bewaren de bonnen goed.

Nu we de laatste sluis uit zijn varen we weer op zout getijde water. We pikken ieder een mooring op bij Ford Williams. Wij zoeken een mooie plekje in een baaitje en Sietse ligt voor de jachthaven aan een mooring. Dat is makkelijker want daar komen vanavond Jolanda, Jelmer en Auke aan boord.

We gaan verder. Nu hebben we een plekje op het oog in Localine Loch of we ankeren of gaan in de haven liggen daar. We varen eerst een stuk op de motor door een bewolkte, prachtige omgeving.Later komt er wind en kunnen we zeilen al is wind veranderlijk en vlagerig. We komen mooi op tijd aan op het beschutte plekje, meren toch maar af in de jachthaven voor 28 pond. Zo kunnen we gemakkelijk van boord en er zijn douches, dat is ook wel lekker. ’s Middags een flinke wandeling gemaakt om het eiland te verkennen en later met de Dofijn gehappy-houred. Zij hebben plannen om naar het noorden te gaan naar de Outer Hibrides. Wij blijven hier in de buurt vanwege een bemanningswissel. Hanne gaat naar huis en dochter Marleen komt aan boord.

Van Localine zeilen wij de volgende dag naar Tobermory, een leuk toeristisch vrolijk gekleurd stadje. Het ligt gedeeltelijk op een berg en een gedeelte onder aan de berg aan een mooie beschutte baai. Het is er druk met bootjes maar ook gezellig. We gaan in de haven liggen. Dan kunnen we makkelijker van boord. We willen een stevige wandeling maken. Eerst door de plaats en ’s avonds om de baai en boven de berg langs terug naar het dorp dan zitten de kilometers er wel weer op. Net als we aan boord zijn begint het te regenen dat doet het de hele nacht en ook een gedeelte van de volgende dag. Er is geen spat wind.

We varen terug naar Lochaline om op het meertje voor anker te gaan. Als we er liggen knapt het weer op. We hebben een prachtige avond met heerlijke zon in de kuip met mooie luchten die als het donkerder wordt een spiegeling in het rimpeloze water geven waardoor het voelt of je met de boot zweeft. Een hele aparte, onwerkelijke belevenis.

Vandaag komt Marleen aan in Oban. Wij zeilen vanaf Localine naar het eilandje Kerrera tegenover Oban. Een mooie bezeilde tocht. Onderweg komen we in een gebied met grote draaikolken een vreemd gevoel om zo door die wervelingen te varen. Als we in de haven afmeren is het 12.30 uur. Ik ga eerst een was draaien en Hanne en Albertien gaan met een klein motorbootje naar de overkant om de stad te bezichtigen en inkopen te doen. Later ga ik ook en gaan we ter afscheid bij een Indisch restaurant uit eten, het was matig lekker. Als Marleen aangekomen is, moeten we nog een uur wachten op het ferrybootje om terug naar de boot te kunnen. De volgende dag brengt Albertien Hanne naar de bus en doet nog een lading boodschappen. Marleen en ik verkennen het eilandje.

Nu de crewwisseling een feit is, maken we nieuwe plannen. We gaan weer naar Tobermory. Eerst op de motor en na een uurtje kunnen we zeil zetten. Met een nu stevige wind laveren naar het noorden. Als we in Tobermory aankomen, meren we weer af in de jachthaven. Nu is deze erg onrustig. We denken aan geklots door rondvarende boten, maar dat is het niet. Er komt zwel vanaf zee de haven binnenlopen en alle boten liggen heftig te schommelen.

Later in de nacht wordt het met het wisselen van het tij weer rustig. In de morgen vertrekken wij naar de Treshnish Isles voor de kust van Mul, waar puffins broeden. Bij het eiland Lunga ankeren tussen de eilanden pompen de bijboot op en ga ik met Marleen bij Lunga aan wal. Klimmen naar boven om de Puffins die er zitten te broeden of jongen vogels te voeren te fotograferen.

Het is een mooi gezicht om al die puffins en ook vele andere soorten hier aan treffen boven op dit rotseiland en een prachtig uitzicht te hebben over de vele andere eilandjes om ons heen. Na anderhalf uur terug naar de boot Albertien gebeld dat ze ons weer kan oppikken met de bijboot. Als we weer aan boord zijn, kunnen we lunchen en dan de zeilen omhoog. We gaan naar een leuk klein baaitje, Tinkers Hole, tussen rotsen waar we willen ankeren voor de nacht. Daar aangekomen na een mooie bezeilde tocht geankerd. Het is wel krap met nog drie boten. Als we er liggen komt er een lokale motorboot aan gevaren met zingende mensen aan boord ze collecteren geld voor de reddings maatschappij en natuurlijk kunnen we niet achterblijven en doneren een bedrag.

We worden ’s avonds bij een schotse boot uitgenodigd om een whisky te komen drinken het is een gepensioneerde man met 3 jonge opstappers. We hebben er een gezellig avond komen aangeschoten weer thuis op Zeezot. De whisky is lekker, alleen bij mij valt het niet zo goed. Ik krijg er keelpijn van en wordt snotverkouden. Een effect dat ik wel van vroeger ken, maar even vergeten was, jammer. Wel een heerlijk rustige nacht tussen de rotsen gehad. Het is echt een geweldig mooi ankerplekje, je moet het maar weten.

De volgende dag een lange tocht naar het eiland Jura. Weer een mooie tocht en grotendeels bezeild als we aangekomen bij Grainhouse gaan we daar voor anker in de baai. Bijboot overboord en naar de kant om het eiland te bekijken. Het is een dun bevolkt eiland met een ongerepte natuur Marleen en ik maken een korte wandeling, het mieseert een beetje. Albertien blijft aan boord. We vinden dat het eiland wat tegen valt. Als Marleen de volgende morgen gaat hardlopen, ontdekt ze dat er mooie weg rond de baai loopt met een plek waar veel zeehonden liggen. Nadat we gedouchest hebben bij een hotel, wandelen we een deel van de weg nog een keer met z’n drieen.

Daarna anker op en weer verder we willen naar het Crinan canal. Dit kanaal loopt door een schiereiland en daarmee kunnen we een 70 mijl afsnijden naar de volgende bestemming. Het moet ook een bijzonder kanaal zijn met maar liefst 15 sluizen sommige in trappen van 5 sluizen op een rij en dan vaar je op een soort ringvaart hoog boven de landerijen en huizen. Het kanaal ligt tegen het tallut van de bergen heel apart en ook kostbaar het kost 140 pond en dan moet ook nog de sluizen zelf met handkracht bedienen. Een hele klus en tot overmaat van ramp regent het de hele dag en dat is erg jammer. Marleen leeft zich uit en bedient een groot deel van de sluizen. Deuren openen en sluiten, kom vol laten lopen en dan weer de volgende en dat allemaal in de regen.

Het was een bijzondere tocht het Crinan Canal ’s avonds voor de laatste vier sluizen blijven we liggen we zijn de regen wel zat. Bij een lokaal hotel uit eten gegaan. Ik moest even wennen dat mijn gerecht er iets anders uitziet dan ik gewend ben maar het is wel smaakvol. Albertien was niet tevreden over haar pizza en die hoeven we uiteindelijk niet te betalen. De volgende dag nemen we de laatste sluizen maar ze willen ons niet laten gaan lijkt het wel. Het duurt eindeloos voor we er door zijn. Met 4 sluizen zijn we 3 uur zoet, hoe is het mogelij. Maar dan zijn we los, de vrijheid te gemoet. Er staat een stevige bries en met een rotgang, dit tot Marleens grote plezier, blazen we naar de volgende bestemming. Een klein ankergebied tussen de wal en een klein eiland. We passen er naast de moorings net met drie boten in. We liggen wel langs elkaar rond te tollen, als drollen in de pot. Het gaat goed al is het minder goed voor je nachtrust. ’s Avonds met Marleen in watervlo een tocht gemaakt rond het eiland en een stukje gewandeld aan de wal.

We willen verder naar Arndrossan, een grotere plaats ten zuiden van Glascow. Hier vandaan kan Marleen met de trein naar het vliegveld om terug te vliegen naar Nederland. De tocht er naar toe is wisselend. Eerst geen wind en later dikke vlagen uit verschillende richtingen. Uiteindelijk varen we op de motor naar de haven, de laatste mijlen was de wind op. We meren af in de vrij grote jachthaven. We krijgen een plek toe gewezen aan een lange steiger. Als we liggen ontdekken we dat we de hele haven rond moeten lopen naar de uitgang een flinke wandeling. Helaas ook voor de wc douche is het dit eind lopen. Wel tegenover de uitgang een grote Asda supermarkt dat is dan wel weer fijn.

De volgende morgen breng ik Marleen naar de trein daarna met Albertien boodschappen ingeslagen en afgerekend op het havenkantoor de haven is wel duur maar gratis goed internet en gebruik van de wasmachines. Tegen de middag en 3 wasmachines later, vertrekken we naar het eiland Bute met als haven Rothesay. Daar blijven we twee dagen liggen, de voorspelling is harde wind en regen. De wind is er wel maar de regen valt gelukkig ’s nachts en dan liggen we toch in bed.

Ook zien we een andere Nederlandse boot in de haven liggen. Wij gaan even dag zeggen en worden meteen uitgenodigd aan boord voor een drankje. Gerard en Carla zo heten de gastvrije mensen zijn blij verrast met ons bezoek. We drinken een biertje en horen elkaars verhalen aan. En bij nieuwe ontmoetingen hebben beide partijen wel veel te vertellen. Het is erg gezellig we nodigen hen de volgende dag uit op de koffie dan kunnen we verder nog bij praten. We zijn ’s middags nog wel met een rondtoerbus het eiland rond gereden. De chauffeur vertelde leuke wetenswaardigheden over het Eiland.

Het weer is inmiddels opgeknapt, want na nog een nacht met veel regen schijnt de zon weer en staat er een mooie wind. Nu is het plan om naar het zuiden te varen naar het plaatsje Girvan. Een gezellig haventje en soms is het er druk dan komen er wel 6 jachten. Nu liggen we met twee gasten jachten en een stel lokale boten en dat in het hoogseizoen. Er is een prachtig nieuw sanitair gebouw bij met heerlijke douche’s. We moeten hier een dag verwaait liggen, morgen kans op gale 8 bft. Wij wachten wel even en pakken nog wel een lekkere douche. ’s Avonds de buren uitgenodigd op de borrel, kunnen we de verhalen van de buren, Noord Ierlanders, aanhoren.

Na een natte nacht klaart het ’s morgens weer op en tegen de tijd dat we kunnen vertrekken is het redelijk weer wel bewolkt maar zo goed als droog. We gaan nu naar Belfast en daar ontmoeten we de Dolfijn ook weer. Zij komen van een andere plaats, Cambell of Kintire, naar Belfast. Onze tocht is wisselend. Eerst een paar uur motor zeilend maar dan kunnen met een stevige NW wind zeilen. Alleen de stroom hadden we verkeerd in geschat we hebben die heleweg tegen 2 tot 2,5 knoop. Dat is pech we zeilen wel lekker maken 7.5 knoop door het water alleen over de grond schiet het minder op. We komen pas 18.30 uur in Bangor aan. We hebben hier met de Dolfijn afgesproken en blijven voor de nacht liggen in deze dure marina voor 35 pond. Morgen naar de stad, we horen dat je daar voor 18 pond kunt liggen en dat is toch wat leuker.

De volgende morgen met het tij mee naar de stad. Het getij is erg wisselend we komen keurig met hoogwater aan en meren af aan een steiger die helemaal onder de meeuwenstront zit. Daar worden we niet blij van en we verkassen naar een andere plek en daar liggen we riant. ’s middags de stad in en een rondrit gemaakt met een hop on hop off bus veel meegekregen over ‘the Troubles’ zo als ze dat hier noemen. Ze hebben er wat af gevochten en waarom?? We gaan naar alle bekende plekken en bekijken de herinneringen met gemende gevoelens.

We houden een relaxdag. In de morgen bekijken we het Titanic museum gebouw. De Dolfijnen gaan naar binnen en wij terug naar de boot. s’Middags gaan we kastelen bekijken en dan hebben we weer genoeg indrukken voor deze dag. Nog even door de stad slenteren inkopen doen bij een Lidl supermarkt waarvan we weten dat de kwaliteit van de produkten goed is. We hebben de 4 dolfijnen vanavond uitgenodigd om te komen eten en gisteren hadden we bij hun geBBQ . Morgen varen ze verder naar Dublin. Wij wachten nog op een opstapper in dit geval Marleen, een dochter van Albertien haar zus. Die wordt vrijdag ingevlogen. Dus nog even geduld. Wij gaan een auto huren en Noord Ierland verkennen. Dinsdag volgen we een wandeling door de binnenstad en bekijken we de Town Hall. Later tijdens happy hour de nederlandse buren van Fair Wind uitgenodigd voor een wijntje en een kletsje altijd weer gezellig.

Woensdag 26 juli,

Voor vandaag is er slecht weer voorspeld, harde wind en veel regen. Die regen is vannacht al met bakken gevallen Gelukkig wordt het in de loop van de morgen droog en schijnt zelfs de zon. Dus wasdag! Ze hebben hier een wasmachine en droger op de haven dat is wel handig. Helaas wel file vorming voor het gebruik. Ik rol er mooi tussendoor. Alleen de droger is niet zo snel dus hangen we het op de de boot te drogen, het waait hard genoeg. Overigens tot nu toe liggen we hier met medeweten van de authoriteiten gratis, want de ‚Äúpaymachine” is kapot.