Archive for mei, 2011

dinsdag, mei 17th, 2011

Panama tot en met Cuba.

 

We zijn inmiddels weken verder. Het wordt dus een stukje met terugwerkende kracht. Om terug te komen op de radio. Maandags kan Joop in gezelschap van Tom de heel bubs weer ophalen. Hij doet het!! Ze moesten even zoeken en ontdekten toen dat er een stekkertje los zat. Waarschijnlijk losgeraakt tijdens Joop’s zoektocht naar het probleem. Enfin uren bussen later doet ie het weer! Tom is steeds met Joop mee gereisd. We vertrekken de volgenden dag. Tom met Tinto en wij. Meteen wordt het verschil tussen onze boten duidelijk. Aan de wind gaan wij hoger en iets harder. Zodra de wind wat bijtrekt loopt Tom sneller. Onze koersen lopen snel uiteen en daarmee de mogelijkheid om via de marifoon contact te leggen rap minder. Gelukkig lukt het ons nog om de volgende dag na het ophalen van de gribfiles samen te besluiten om niet naar Jamaica te varen. De wind lijft te lang noordoost. We spreken af naar de westpunt van Cuba te gaan. Wij stellen onze koers bij en kunnen een heel stuk over ondiepten van 20 meter varen. Ja het is vreemd het hele IJsselmeer is maar een meter of drie en op de oceaan vindt je 20 tot 50 meter ondiep. De lol is wel dat daar de golven lager zijn en het comfortabeler vaart. Op deze tocht hebben we weer alle soorten wind . We kunnen met de blister varen , maar ook hoog aan de wind op kruisende golven. Al met al een woelige tocht. We motoren zelf de laatste nacht een stuk. Helaas begeeft onderweg de SSB het weer!! Dus geen contact met de Cornelia en kunnen we ook Tom niet mee laten luisteren. We hebben het smoor in. Zondagmorgen bij zonsopkomst komen we aan bij Cabo San Antonio. We hebben ons bij de 12 mijl grens braaf bij de Guarda Frontera de Cuba gemeld, maar krijgen geen antwoord. Pas als ik de cabo er bij vermeld komt er reactie. Of ik Spaans spreek. Nee helaas. Hij Engels? Ook niet. In het gesprek dat volgt doe ik in mijn best in het Spaans en hij in het Engels. Zo kan het ook. We ankeren om de hoek in Ensenada El Cajón. Even denken we Tinto te zien, maar als we die kant opvaren blijken het 2 boten met ieder 1 mast te zijn in plaats van 1 boot met 2 masten. Jammer. Je kan hier bij Los Morros tegenwoordig inklaren, maar wij besluiten te ankeren en te wachten of Tom nog komt. Wel vreemd want volgens onze berekeningen had hij er al de dag daarvoor moeten zijn. Eerst maar bijslapen en daarna Joop haalt de zenderboel weer overhoop. Om tien uur horen we dat Tinto ons oproept via de marifoon. Dat is leuk! Tom was de dag daarvoor inderdaad aangekomen alleen bij de andere westpunt, Maria Gorda. Daar kon hij niet inklaren , maar moest wel aan de wal komen bij de autoriteiten en dat terwijl je in Cuba officieel pas aan land mag als een dokter je gezond heeft verklaard. Enfin als Tom in de loop van de middag aankomt, maken we Tinto achter vast aan Zeezot en kunnen we verhalen uitwisselen. Lekker bijkletsen, pilsjes drinken en het goed hebben met elkaar. We besluiten de volgende dag vroeg naar Havana te vertrekken en daar in te klaren, 166 mijl verder. Even varen we gelijk op maar dan loopt Tom al snel uit. We hebben geluk want de wind draait met het land mee. Pas de volgende dag moeten we een keertje kruisen. Tom die verder de zee op was gegaan om te slapen moet vaker overstag en loopt nu weer achter. Aan gekomen in Marina Hemmingway komt de hel delegatie weer aan boord. Eerst de dokter , die een heel verhaal begint over cholera en wat wij er aan (kunnen) doen om het niet te krijgen. Als hij vertrekt zegthij dat zijn diensten gratis zijn, maar dat hij een donatie wel op prijs stelt. Iet wat overrompeld door dit gedrag geven we hem een paar dollar. Ook de dame van agricultuur en de man van de vleescontrole vragen om iets. Welnu we hebben nog zeep en de sigaretten, die we ooit voor de douane in Marokko kochten. Vervolgens vraagt ook de man van de drugshond wat. Hij krijgt krijtjes voor zijn bambino en is blij. Dan de leger boys.  De laatste vergeet zogenaamd zijn stempel en wil ook wat. Helaas voor hem, maar Joop is van boord en in kan dus zeggen dat mijn man het geld heeft. Iets anders wil hij niet. Het is raar. Dit is de eerste keer in Cuba dat we in zo’n situatie verzeild raken en helemaal de eerste keer dat we er in verstrikt raken. Later horen we dat het hier nog erger kan. In Los Morros, waar wij niet inklaarden, wordt bij een Nederlandse boot van alles in rekening gebracht wat gratis is. Het lijken wel Dominicaanse republiek praktijken. We meren af in de marina en wachten op de aankomst van Tom. Die middag gaan we in zo’n oude taxi naar het centrum van Havana. Onze aankomst vieren we met een Mojito in wat we ons stamkroegje in Havana kunnen noemen en slenteren vervolgens wat rond. We eten ergens en gaan tevreden naar huis. Tom geniet hier volop. Kletst wat af en zo komen wij  ook weer meer te weten. De dag daarop gaan Joop en Tom met zijn tweeën opstap. Ze genieten van het eten en de muziek en komen tevreden vol verhalen thuis met 2 cd’s. Tot beider verbazing werden hun regelmatig chica’s aan geboden. Van de man die zijn vrouw aanbood tot een pooier die wel mooie jonge meiden in de aanbieding zei te hebben. Joop had nog uitgebreid sjans met een hoertje. Ook, nadat hij aangaf niks te willen, komt hij haar later nog weer tegen. Ze had gehoopt toch klandizie te krijgen. Vrijdagavond komen Monique en Jorge (Nederlandse vriendin, die met Cubaan getrouwd is) bij ons aan boord eten. Pas als ze zich verontschuldigen dat ze zo laat zijn komen we er achter dat Cubatijd anders is dan Panamatijd. Voor ons waren namelijk precies op tijd. Jorge moet als Cubaan een speciale pas hebben om aan boord te komen en ook al heeft hij dat het levert beroering en machtsstrijd op. Gelukkig laten ze ons verder met rust en we hebben een genoeglijke avond met elkaar. De volgende  drie dagen hebben we een auto gehuurd, we willen naar de Westkant. Hier waren we nog niet en Tom vindt het prima om die kant op te gaan. Ook nu weer slechte wegen en ossenkarren. De natuur is hier prachtig en de aarde intens rood. Als we in Vinales aan komen gaan we naar een museumpje en daar weet een dame een casa particular. We blijken met z’n drieen op een kamer te kunnen voor 25 cuc(= Cubaanse dollar). De casahoudster, Maritza, is aardig en zo hebben we onderdak. We besluiten niet bij haar te eten , maar iets in het dorp te zoeken. We belanden bij een soort dorpsfeest in het culturele centrum. Leuk om mee te maken, maar het eten is abominabel. Later lees ik in het gastenboek op onze kamer dat onze gastvrouw heerlijk kookt. Het ontbijt is dan ook verrukkelijk. Het bevalt ons hier zo goed dat we nog een nachtje blijven. Deze zondag is het de primero mayo oftewel de dag van de arbeid. ‘Arbeiders verzamelt u’ en overal worden optochten gehouden en hangen er bordjes met ‘viva fidel’. We merken er niet veel van. De optocht in Vinales is tijdens ons ontbijt. We verkennen de omgeving te voet en te auto. Later raken we op een terrasje aan de praat met een oude man en eten heerlijk bij Maritza. Haar man ontmoeten we niet, die is naar de hanengevechten. Volkssport nummer een hier. Hun hele tuin staat vol met hokjes met al dan niet kaal geplukte hanen. De volgende dag gaan we naar Pinar del Rio. Hier viert men een groot feest met veel lawaai. Niet aantrekkelijk voor ons na de rust van Vinales. Als er dan ook nog aan ons getrokken wordt, besluiten we niet te stoppen hier, maar terug te gaan naar Havana. We zijn tevreden. We gaan grotendeels terug via de auto weg. Onderweg kopen we verse broodjes. Bijna staan we zonder benzine. De pompen staan hier toch wat verder uit elkaar dan bij ons. ‘s Avonds gaan we nog even met eigen vervoer de stad in. En dan zijn we vertrekrijp. Het duurt nog een paar dagen voordat de wind goed. We gaan nog een keer naar de stad. En met de bus naar Jorge en Monique. Een aparte ervaring. De bus is met name op de terugweg zovol dat Tom en ik met de deur naar binnengedraaid worden. Niet uitstappen om mensen er uit te laten, want als je niet op let kom je er niet meer in. Joop staat voorin, hij betaalt. Ook dat gaat wonderlijk want we zijn door ons goedkope Cubaanse geld heen en de bus is niet voor de cuc economie. Dus houdt hij steeds een handjevol cuc muntjes op en de chauffeur pakt daaruit wat redelijk is. Zo kan het ook. Bij het overstapstation is het zo druk dat we besluiten met een taxi te gaan. Nu betalen we minder als anders, maar gaan we zoals ieder Cubaan hier met zoveel mogelijk in een taxi en die zet mensen her en der af en pikt weer andere op.  Nog een laatste drankje als afscheid, nadat het afrekenen veel tijd heeft gekost omdat de havenmeester op de door hem afgesproken tijd er niet was. Hoe balangrijk wil je zijn. De volgende morgen vertrekken we met nog een Nederlandse de Pjotter. Er liggen er hier twee Pjotters. De kleine Pjotter is door de grote Pjotter aan de jonge Pjotters verkocht.  En omdat ze het samen goed hebben varen de boten al een tijdje met elkaar op. Hier scheiden voorlopig hun wegen. Wij vertrekken om een uur of acht, zwaaien Rtom uit , want ook onze wegen scheiden hier. Tom gaat via de Bahama,s naar Bermuda of misschien wel direct de Azoren en wij naar Miami in de hoop daar eindelijk het SSb- probleem op te lossen.