Archive for januari, 2009

zaterdag, januari 31st, 2009

Januari 2009,

 

 

Cumberland Island

Nieuwjaarsdag blijven we lekker voor anker liggen. Het waait hard uit het noorden en ik vind het maar koud buiten. Joop gaat een stuk fietsen met Bruce en ik maak gl?hwein en bak nog een taartje. Op het eind van de middag komen Bruce en Gayle dat alles mee helpen op maken. De volgende ochtend gaan we nog even internetten en dan anker op. We tanken water bij de werf waar Aqaurelle ligt en worden daarna uitgezwaaid. We hopen allemaal elkaar nog eens te zien.

Was er in de ochtend nog regen en geen wind nu waait het stevig met een heldere lucht. We zakken verder de Wilmingtonriver af. Bij de uitgang naar de oceaan, hier Inlet genoemd vinden we het te hard waaien voor deze ondiepe uitgang. We ankeren dan ook en wachten tot de wind afneemt. Om vijf uur na het vroege avond eten gaan we verder. Het is af en toe erg ondiep, maar dankzij onze geringe diepgang lukt het met opgetrokken zwaard prima. Tot 2 uur ’s nachts kunnen we heerlijk zeilen, maar dan wordt het mistig. Naar mate het mistiger wordt neemt de wind af en uiteindelijk moeten we motoren. Het zicht is soms minder dan een kwart mijl. Op zeil hoor je meer en op de motor kan de radar standaard aan.  Gelukkig kunnen we af en toe wel even zeilen. We horen een vreemd gejammer ,dat zowel van vogels als van walvissen kan zijn, zien doen we niets van dat al. Het blijft mistig tot de inlet van St mary. Hoe meer we van zee af komen, hoe minder de mist. We ankeren bij Cumberland Island en zien daar zo als verwacht Wind dancer liggen. Met de bemensing van dit schip hebben we indertijd het eiland Martha’s Vineyard bezocht. Omdat ik ze een paar dagen geleden opbelde om gelukkig nieuw jaar te wensen weten we dat ook zij , tot onze verbazing onderweg zijn naar de Bahama’s . Het wordt een gezellig weerzien. De volgende ochtend gaan we aan de wandel op het eiland. We genieten volop. Zien heel wat vogels en voelen ons op het brede strand als op Terschelling. Ook de dag daarop maken we weer een fikse wandeling. Ik kan het schelpen verzamelen deze keer niet laten. We  hebben van dit eiland veel foto’s gemaakt die je kan bekijken via http://picasaweb.google.com/syzeezot

We zien hier regelmatig Pelikanen vliegen en op het water zitten. Wanneer ze vliegen doen ze dat zeer gracieus, net boven het wateroppervlak zonder het aan te raken en soms ook hoog in de lucht. Prachtig om te zien, tot ze duiken. Dan is het alsof ze een bommetje maken en kletteren ze met een smak in het water. Je hoort een grote plons en veel gespetter. Zo mooi als ze vliegen, zo lomp duiken ze.

 

Florida, Fernandina beach en de ICW

Later die dag gaan we op aan raden van meerdere mensen naar Fernandina beach. Het zou er prachtig moeten zijn. Nou wij vinden er niks aan. Het is een en al industrie en het stinkt er. Toch gaan we gezien het tijdstip van de dag maar aan een mooring hangen. Dat wordt hier aanbevolen in verband met de sterke stroom die hier loopt. We gaan douchen en op broodjacht. Het plaatsje zelf is gezellig en naar Amerikaanse begrippen top. Wij komen echter niet over de industriële uitstraling heen en raden dit in tegenstelling tot Cumberland Island niemand aan. Brood is er binnen loop afstand niet te koop. Dus ga ik aan boord een broodje bakken en gaat Joop met de was en een boek naar de kant. Om half negen zitten we met vers brood en verse shrimpies , dat wel, aan tafel.

Volgende ochtend om 6 uur reveille. Opstaan kost ons moeite. Vannacht een paar keer wakker geweest door het gebonk van de mooringbal tegen het schip. We tanken om zeven uur diesel en doen onze eerste officiële pump-out. Dat laatste betekend dat we onze vuilwatertank, niet zelf op open water leeg pompen ,maar afzuigen via een slang die op het riool aan gesloten is. In Florida zijn ze daar gezien de grote bootdichtheid streng op en het is er (soms) gratis. Na deze klussen gaan we richting zee. Daar is het gelukkig minder mistig dan voorspeld. Helaas is de wind ook minder dan de voorspelling dus wordt het weer eens motoren. 

De beoogde inlet voor vandaag halen we niet. Er is te veel zeegang die ons afremt. We gaan de st Johns-river Inlet in en verder via de ICW ( Intercoastal Water Way). Hier zien we weer veel huizen, vooral hele grote langs het water staan met vaak chique , maar ook wonderlijke steigers in het water, Zie ook hier weer de fotos via de link in het album ICW Florida. Vanavond liggen we op een prachtig stil plekje in de natuur. We horen zelfs onze oren suizen. Wat een verschil met gisteravond! Tijdens het schrijven van dit stukje wakkert de wind aan zoals beloofd. Nu maar hopen dat de tornado’s waar ook sprake van was uitblijven.

De volgende dag gaan we verder naar St Augustine, de oudste westerse stad van de VS. Het waait stevig en de lucht is buiig. De wind is tegen , het water te smal, dus hup weer op de motor. 

Bij St Augustine aangekomen besluiten we om achter de brug te ankeren. Lijkt ons dichter bij de plek waar we onze dingy tegen betaling kunnen afmeren en dichter bij de beloofde vrije wifi. Het blijkt een goed besluit ,want we hebben inderdaad wifi. Kunnen we lekker bijketsen de komende dagen en de site bijwerken. Aan de wal is st Augustine inderdaad een oud stadje met Spaanse trekken. Wij gaan eerst een cappuccino drinken in een coffeecafe. Daar raken we aan de praat met een Amerikaan ,die een bedrijf in Zevenaar heeft gehad. Als wij, nadat zij zijn vertrokken af willen rekenen blijkt dat hij al voor ons betaald heeft. Wij gaan op zoek naar de toeristen info, want we hebben groentes en brood nodig. Er blijken op loopafstand 2 supermarktjes te zijn. Wij kiezen er voor om over de brug naar de ander kant te lopen , want dat lijkt het dichtste bij de ankerplaats. De winkel is niet net zoals ze ons gezegd hadden, maar ver over de brug. Gelukkig hebben ze wel wat wij nodig hebben, maar verder hebben ze niet veel. De bevoorrading voor de Bahama’s moet dus nog even wachten.  De volgende ochtend draaien we een was en maken we gebruik van de heerlijke douches op de jachthaven. Joop heeft het adres van een zeilmaakster gevonden en wil daar langs fietsen en ik heb hoge verwachtingen van een zaak met tweedehands bootjes spullen die hier zou zijn. Na wat heen en weer gefiets vinden we de zeilmaakster en die wil het zeil meteen ophalen. Dus fiets Joop terug naar de boot om het zeil te pakken en kijk ik of die 2dehands zaak wat is. We zien elkaar terug bij de zeilmaakster, genaamd the Irish sail lady. We spreken af dat het zeil morgen klaar zal zijn en als ik vraag waar een supermarkt is zegt ze, dat haar man als hij morgen het zeil brengt wel even met ons naar de supermarkt wil rijden. Dat is een aardig aanbod waar ik graag gebruik van wil maken. Wij fietsen door naar de bootjesspullen winkel en kopen daar een aansluiting om onze Europese gasflessen via een Amerikaanse te vullen. Ik vind er ook nog een reparatiezet voor de bijboot, met reserve onderdelen die wij uit onze set al gebruikt hebben. Helemaal goed dus. Dan fietsen we weer terug naar de zeilmaakster die nog wat vragen heeft en dan gaan we naar de plek waar de supermarkten enzo zouden zitten. Het is een eind fietsen, langs een snelweg, waar je niet graag met je fietsje bent.Gelukkig is er een looppad en dat fietst hier wel zo veilig. Ze fietsen hier vaak op de stoep.  En hoewel er niet veel fietsers zijn, zijn er wel bij die grote winkels fietsenrekken. Vreemd.  Terug is het centrum lopen we nog even rond. Het is een voor Amerikaanse begrippen erg gezellig plaatsje met inderdaad nog een paar oude huizen. Veel van die oude huizen zijn in de loop van de tijd vervallen omdat ze als bouwmateriaal een soort schelpenmortel gebruikten en dat verweerd vrij snel. De Spanjaarden zijn hier geland en hebben zoals gezegd hun stempel op de stad gedrukt. Ni word ook de nieuwbouw in die stijl gebouwd en daar door behoudt het stadje zijn atmosfeer. Ze zijn zelfs de oude brug aan het restaureren en hebben daarvoor tijdelijk een andere grote, deels betonnen brug aan moeten leggen., die later weer afgebroken gaat worden. De volgende dag slaan we groot in, want op de Bahama’s is alles minstens 30% duurder van wegende in/aanvoer belasting. Bovendien komen Rein en Annemieke, vrienden van Terschelling, voor een kleine drie weken met ons meevaren, dus moet de voorraad daar op aangepast worden. De bodem van de bijboot staat dan ook weer eens helemaal vol plasticzakken, wij kunnen er nog net bij. Eenmaal aan boord lukt het ons om alles weer weg te stouwen. De volgende dag vertrekken we om een uur of 11. We hebben een fikse stroom tegen en halen dan ook Daytona niet. Op .. januari zijn we vrij vroeg in Daytona. Volgens Joop is er veel hoogbouw bijgekomen sinds hij hier in 1991 was. ’s Avonds eten Lee en Barbera van Wind Dancer bij ons en de volgende dag vertrekken we vroeg naar Titusville. We kunnen zeilen! Langzaam maar zeker halen we zo een van de weinig ook zeilende boten in. Het zijn Portugezen op weg naar Brazilië, tenminste dat is wat wij ervan denken te begrijpen. Hoe dan ook ze kunnen het niet hebben dat wij sneller gaan en al snel zeilen we een soort wedstrijdje. Joop wordt helemaal fanatiek. Zeker als zij ons dan weer inhalen. Dus de boom er in en dan lopen we ze voorbij. We blijven ze voor ook al zetten ook zij de boom en proberen ze van alles om ons in te halen.  Dit duurt tot bij een brug en dan gaan de zeilen neer. Na de brug zien we dolfijnen in een ondiepe baai op vis jagen. Ze zwemmen steeds in cirkels en spetteren wat af. Een mooi gezicht. Een eindje verder op zien we onze eerst wilde flamingo’s. Voor een goede foto helaas te ver weg, maar wij zagen ze. In Titusville gaan we even naar de wal om te lopen en nog wat boodschappen te doen. Vooral dat lopen is na een aantal dagen aan boord weer heerlijk om te doen. Zelfs al is de omgeving niet je dat. Een industrieterrein met winkels, grote parkeerterreinen, fastfoodrestaurants, drive-in farmacie’s en auto’s, veel auto’s. Als je hier lopend ben, ben je al bij voorbaat verdacht. Dus als we dan zoals hier de weg vragen aan mensen, blijven we op veilige afstand staan en vragen vriendelijk of we wat mogen vragen. Wat angstig krijgen we dan een snel antwoord. Overigens gaan de autodeuren hier automatisch op slot als je de motor start. Een veilig gevoel??

Ook de volgende dag vertrekken we vroeg. We kunnen weer zeilen en stoppen wat vroeger omdat we de gasflessen willen vullen en dat lijkt ons niet slim in een volle haven. Eerst liggen we prachtig aan de hogerwal, maar dan draait de wind eerder dan verwacht en besluiten we toch maar een eindje verderop te gaan. De regenbuien die er de hele dag al hangen besluiten dan om hun water los te laten, dus plenst het als we bij de volgend ankerplek komen. Joop klaart de klus alleen. Na een poosje blijken we te krabben. Joeppie net nu het hoost. Enfin Joop weer in het pak en ik, net als vroeger met lange broek uit en jack aan, ook naar buiten. We zien bijna niks , maar ankeren opnieuw en …… ja hoor na een poosje krabben we weer. Hoe is het mogelijk? Gelukkig is het nu droog. We varen een stukje verder, ankeren opnieuw en nu lijkt het anker goed in te graven. We zetten de motor vol in de achteruit , want drie keer moet nu toch wel scheepsrecht zijn. Het wordt een onrustige nacht, want ook al liggen we in de luwte van het land de boot ligt op de korte golfslag te rukken. Daarnaast komen er op gezette tijden ellenlange goederen treinen voor bij, die hun komst met luid getoeter aankondigen en daarna bijna door de boot lijken te rijden, zo’n herrie is het. Je zal hier naast die spoorlijn wonen.

Wij kunnen na deze nacht wel weer zeilen. Dankzij de lekkere wind, die er nog steeds vanuit een goede richting waait. We zijn hier op de ICW wel vaak de enige boot die zeilt. De anderen toeferen er de hele dag op de motor. Ze gaan vaak niet eens veel harder dan wij, ook al varen ze “full throttle ” of te wel vol gas. Er staan hier overal borden met “Manatee zone” . Je wordt geacht buiten de vaargeul geen hekgolf te hebben en geen snelheid. In de vaargeul mag je maar liefst 25mph=46kmpu! Knappe manatees dat ze het verschil tussen water en water weten. We hebben ze vandaag eindelijk gezien. Dat wil zeggen alleen twee ruggen waarvan we in eerste instantie dachten dat het mooie ronde rotsen waren. Maar toch. Gisteren zagen we overigens een dolfijn met een gerafelde rugvin. Daar is waarschijnlijk zo’n snelle motorboot overheen geraasd. De huizen langs de kant worden steeds luxer en luxer, nu hebben ze allemaal een zwembad bij het terras en groots aangelegde, goed onderhouden tuinen. (zie foto’s) Om 2 uur komen we aan bij de Vero Beach marina. Tanken diesel en doen een pump-out. Vervolgens  moet je hier aan een mooring want ankeren mag niet. Het kan hier zijn dat je met 2 of 3 boten aan één mooring ligt. Wij komen als tweede aan een mooring. Helaas hebben we geen buren waarmee het klikt, jammer. Nu blijft het bij vriendelijk knikken en goede dag zeggen. Wij gaan naar de kant voor een wandeling en een douche. Al lopend belanden we in een pub met happy hour. We kijken onze ogen uit. Je kan hier een soort poker spelen. Je krijgt van de bartender een computertje dat verbonden is met een groot tv scherm en dan kan je mee spelen en hopen dat je de jackpot wint. Verder hebben ze hier een ijsblokjestik. Zelfs de bierglazen verdwijnen onder bergen blokjes ijs evenals de flesjes drank die ze verkopen. De bardame moet ze als het ware opgraven. Ook Joop zijn drankje bestaat de eerste keer bijna uitsluitend uit ijs. De tweede besteld hij met een beetje ijs, zo proeft ie in elk geval de cola. Over de rum heb ik het dan nog niet. Als we na het douchen terugvaren, zien we dat ook Wind Dancer is aangekomen. Nu nog hopen dat Aquarelle en Honey moon hier ook nog binnenlopen, dan hebben wij ons clubje compleet. Eenmaal aan boord besluiten we toch de kachel maar weer aan te maken. De temperatuur zakt hier tegen alle gemiddelde waardes in, ’s nachts weer naar het vriespunt.

We blijven hier een paar dagen. Er gaat vanaf de haven een busje naar de winkelcentra hier. We gaan op filterjacht voor de motor en eindigen met boodschappen en cappuccino op een plek met internet. Aqaurelle vaart door, maar Honey Moon met Agnes en Don is onderweg hierheen en dus blijven we nog een dagje. Onze buren maken zelfs plaats voor ze. Wij hebben zo een onverwachts prutsdagje op de boot en kunnen op het eind weer een aantal klussen afkruisen. Het weerzien met Don en Agnes is een feestje. Wij eten bij ons aan boord en kletsen onze avonturen bij. De volgende dag varen we met elkaar naar het zuiden. We komen in het donker aan op een ankerplaats waar volgens afspraak vrienden van hun liggen. Mensen van 70 en 74 jaar die veel gezeild hebben en nu met een trawler (soort motorboot) rondvaren. Wij hopen ook van zo’n gezonde oude dag te mogen genieten. We spreken af de dag daarop met elkaar naar hun favoriete dagplek te gaan en daar met elkaar te eten. Deze plek is een aangelegd haventje in een zandafgraving op een eilandje. Je mag hier alleen overdag liggen. Het heeft wel weer wat; met drie boten aan een steiger en over en weer te kunnen lopen naar elkaar in plaats van te ‘bijboten’ en af te moeten spreken wie van ons twee wanneer en voor hoe lang van boord gaat. Na een traditionele Amerikaanse maaltijd: ‘ Grilled steak and a beansalad’ , gaan we ieder ons weegs. Honeymoon en wij gaan naar een ankerplek aan de ICW en de anderen naar een Jachthaven voor stroom en water. Het wordt een hobbelig en onrustig nachtje. Om een uur of vijf uur wordt ik wakker en kan niet meer in slaap komen. Ik sta op controleer alles, maar dat verhelpt mijn onrust niet. Ik maak zelfs Joop wakker uit onrust. En dan gaat het ankeralarm en blijken we te krabben richting een ander schip. We ankeren opnieuw en ik slaap als een roosje tot 7 uur.  Dan is het weer motoren en motoren de hele dag lang. Wat een gedoe met die bruggen hier. De bruggen gaan hier eens per half uur open. Of je racet je een rotje, waardoor alles binnen staat te  trillen om de volgende te halen met de kans dat je hem op een minuut mist, want dicht gaat ie ook vlak voor je neus als de tijd om is, of je vaart met een s-l-a-k-k-e-n-a-n-g-e-t-j-e.  Een van de brugwachters is zeer bezorgd over zijn brug, een zeer stevig metalen exemplaar als we op zijn oproep om alvast op te varen te dichtbij komen. Op Honeymoon vinden ze het een gotspe om tegen een Nederlandse boot een opmerking te maken over hoe voor een brug te wachten. Een van de 16 bruggen van die dag gaat maar voor de helft open. Later zien we dat meer. Als het bootjes verkeer maar van een kant komt, doen ze een helft open. Dachten we dat we de grootste huizen al gezien hadden! Hier zijn ze nog luxer en groter, van sprookjesachtige kasteeltjes tot moderne optrekjes. Ik kan het (t)jes wel weg laten, want ze zijn immens met swimmingpool, waterscooters en joekels van jachten voor de deur. Ach ja een mens moet toch wat! Als we bij een van de bruggen ankeren om te wachten, vangen we een tuinstoel met ons anker. Honeymoon vangt bij de nachtankerplaats een deken. We vinden dat wij vandaag gewonnen hebben. Richting Miami worden de huizen nog groter en op onze ankerplaats daar zijn we omringt door hoge flat gebouwen. Ik vind dat de flatgebouwen over het algemeen mooier van architectuur zijn dan de opschephuizen. De volgende dag worden opgehaald door vrienden van Don en Agnes. Ze hebben deze mensen ontmoet in Thailand en later de Rode zee met ze gedaan. Deze mensen, Don en Sandy, zijn uit gevaren. Ze hebben hun boot verkocht en wonen nu in een appartement. Don de 2de rijdt voor met zijn auto en brengt ons langs diverse bootjeswinkels en de customs. Wij willen weten of we zaterdag, als we willen vertrekken uit kunnen klaren en ook Honeymoon heeft wat vragen. Wij hoeven niks te doen zeker niet als we naar de Bahamas gaan, want daar doen ze niet moeilijk. Als we nog een vraag hebben, vindt men ons maar lastig.  Wij moeten niet moeilijk doen is de boodschap. ’S Avonds gaan we naar het appartement. We vinden het achteraf net een gouden kooi. Je rijdt voor, stapt uit en een ander parkeert je auto. Vervolgens kom je binnen in een soort hotellobby, daar pakje je post uit je postbus en gaat naar de lift. Met een speciale codekaart stopt die alleen voor jouw appartement. Even naar de buren wippen is er dus niet bij. Het is van binnen groot. Een grote living, drie badkamers, een redelijk balkon een luxe keuken en wifi.   Ook hier is weer een aparte ruimte waar tv, een plasma van 200cm, gekeken wordt. Wij zien er een stukje van de installatie van Obama’s nieuwe club. Natuurlijk genieten we van de aangeboden luxe. Wassen, internetten en douchen. Ook hier krijgen weer een barbequesteak. Het is een gezellige avond. Als we weggaan moet er gebeld worden om de auto voor te rijden. Jakkes wat een gedoe. Voor de volgende dag hebben we samen met Honeymoon een auto gehuurd om naar het natuurgebied, de Everglades te gaan. Miami is groter dan we dachten en om half twaalf zijn we er pas. In het bezoekerscentrum raden ze ons een wandeling en boottocht aan. Eerst de boottocht. Die valt wat tegen omdat we op de vertrekplek  de krokodillen en manatees zien en al varend niet. Als we bij het avondlicht de wandeling maken, lopen we tot de verbazing van Don en Agnes vlak langs de alligators. We zien er verder vogels en schildpadden. Met name de witte reigers steken prachtig af tegen de donkere avondlucht. Helemaal tevreden gaan we weer terug. Onderweg doen we nog boodschappen en eten bij een tent, waar je 12 dollar betaald voor een diner. Dat diner bestaat uit een uitgebreid warm en koud buffet, waar je zoveel van kunt eten als je wilt. Voor toe is er nog een taartjes- en ijsbuffet. Maat houden is hier de boodschap, anders eindig je met een te bolle maag. Onze bijbootjes liggen hier aan een afgebroken steiger. Om er te komen moeten we door een gat in een hek kruipen, dat is met de boodschappen nog een heel gedoe, zeker in het donker. Zaterdags doen wij nog de laatste boodschappen en maken we kopieën van onze bootpapieren. Dan nog een afscheidskoffie met appeltaart, de bijboot aan boord hijsen en we kunnen vertrekken. O nee toch niet. Tegen al mijn gewoontes in kijk ik de map met bootpapieren even na en mis de originelen. Joop heeft ze op de kopieermachine laten liggen. Hij roept Don, die vaart hem weer even naar de kant. Gelukkig de papieren zijn afgegeven bij de balie en opgelucht vertrekken we voor de tweede keer uitgezwaaid door Don en Agnes, die hier nog een paar dagen blijven. Zij gaan via Cuba naar het Panama kanaal. Vandaar gaan ze naar huis, naar Australië. Wij blijven nog een jaartje hier, dus is het een afscheid voor lange tijd. Voor de eerste brug zijn we veel te vroeg, de tweede halen we keurig en dan moeten we nog even tanken. Dat heeft heel wat voeten in de aarde. Eerst botsen onze kapiteinse kanten, dan is het te ondiep voor de oplossing, dan kunnen we onze waterslang niet vinden en als Joop eentje ergens geleend heeft wordt de tankbaas ongeduldig. We liggen al veel te lang aan zijn steiger naar zijn zin. Enfin we hebben de begeerlijke vloeistoffen weer in ons bootje en tuffen met hoge snelheid naar de volgende brug. Pech! Hij gaat dicht als we nog op 200mtr afstand zijn. Dus anker er in en afkoelen. Daarna gaat het soepel. Voor ons gaan er wel vier  grote cruiseschepen de Port Everglades uit. En wij volgen. Dag US! Nice to meet you. We had a great time. It was nice talking to you. We had a really nice evening together, thank you so much. We enjoyed being with you. Have a great day. Om maar even een aantal Amerikaanse frases, hol of vol, op te sommen.  Wat ons betreft: We hebben er een afwisselende tijd gehad, maar willen nu wel weg. So: Bahama’s here we come.

Voor Foto’s zie:   http://picasaweb.google.com/syzeezot

 

Het volgende hoofdstuk is Bahama’s 1