Archive for the ‘201008 nog een zomerse reis’ Category

donderdag, januari 13th, 2011

 

Nog een Zomerse reis naar Gdansk in Polen.

 

Met de Dolfijn naar Gdansk in Polen.

Even voorstellen: Dolfijn is een zeilboot, type OVNI  en een iets grotere dan wij hebben van de fam. Sijperda, Sietse, Jolanda, Eldert, Jelmer en Auke. De familie heeft het plan opgevat om naar St. Petersburg in Rusland te varen. Alleen is de schoolvakantie van de kinderen te kort om de afstand te overbruggen. Sietse heeft mij gevraagd om met hem de boot naar Gdansk in Polen te zeilen. Nu was voor mij een welkome afwisseling daar ik een half jaar in Nederland zou verblijven. Ware het niet dat Albertien haar vader ziek  zou worden en later overlijden dat gaf toch wat spanning en druk op de ketel. Dat alles bij elkaar genomen kwam het reisje een beetje onder druk te staan, want we moesten ook op tijd in Polen zijn. Waar Jolanda met kids aan boord zou komen en ik hun auto naar Nederland terug rijden.

 

We vertrekken maandag na Oerol vanuit Harlingen waar de familie de boot in het weekend heen gezeild heeft. Ik neem ’s morgensvroeg de veerboot naar Harlingen waar Sietse al op mij staat te wachten. Na een hartelijk welkom gaan we naar de boot, daar drinken we koffie en besluiten te vertrekken. Volgens Sietse treffen we het niet met het tij. We zijn te laat, want de eb loopt nog maar twee uur. Ik zeg: “Dat komt mooi uit dan hebben we het tij mee tot aan de Meep en  kunnen met de vloed onder Terschelling door en bij Ameland naar buiten. Het gaat voortreffelijk. We kunnen het mooi bezeilen en komen zelfs te vroeg aan bij Ameland. De vloed loopt nog naar binnen zodat de motor erbij moet. Het is recht in de wind is en de wind is bovendien te zwak. Buiten gekomen gaan we gelijk om de kop van Ameland over de gronden (het is hoogwater) naar buiten de Noordzee op. Inmiddels is het tij gekenterd en begint tegen te lopen.Ook nu moet de motor bij blijven staan, omdat de wind is gaan liggen. De avond valt en we motoren boven de eilanden langs. Wij draaien onze wachten en de eilanden glijden aan ons voorbij. Later kunnen we weer zeilen en als we ’s middags bij de Elbe aan komen staat er een klein windje die ons met een beetje steun van de motor de rivier op zou kunnen helpen.  Helaas is het net hoogwater dus loopt de stroom tegen. We kruipen dicht tegen de randen van de rivier om zo min mogelijk last te hebben van de uitgaande stroom. Zo scharrelen we de rivier op met een gangetje van 3 tot 4 knopen. Het is al avond als we in Brunsbutel aan komen. De sluis heeft groen licht en we denken dat we meteen naar binnen kunnen schutten. Maar we mogen de sluis niet in en als we er een tijdje voor liggen te wachten worden we met Duitse grondigheid naar buiten gestuurd. Wachten op de rivier! Zo hoort dat op deze flink stromende rivier. Waarom ze er daar zo’n grote voorhaven bij hebben gemaakt is mij niet duidelijk. Als na verloop van tijd het licht wit wordt mogen de jachten naar binnen en kunnen we schutten. Het is inmiddels al donker geworden en achter de sluis zoeken we een plekje voor de nacht aan een kade. De volgende morgen beginnen we aan de tocht door het Kielerkanaal. Dit kanaal is bijna honderd kilometer lang dat betekend een dag varen. De wind is zwak en tegen dat wordt motoren. Nu moet je altijd de motor standby hebben, maar de zeilen hoeven nu niet gehesen te worden. Aan het eind van de middag komen we bij Holtenau aan en moeten we nog een tijdje wachten tot we kunnen schutten. Als we er door zijn steken we het Kielerford over om daar in een jachthaven te kunnen overnachten en een lekkere douche te pakken. Helaas dat ging niet op de havenmeester was al naar huis dan morgenochtend maar. ’s Avonds gaan we de plaats in om te zien of iets van het wereldkampioenschap voetbal kunnen zien . Daarna een biertje en te kooi. De volgende morgen moeten we brood scoren en dan kunnen we weer verder. We willen naar Heiligenhaven.  Na een mooie zeiltocht door het schietgebied boven Totendorf, waar we niet uitgestuurd of weggeschoten worden, lopen we de haven binnen. We horen op dat moment over de marifoon het Nederlandse opleidingsschip de Najade oproepen naar havenmeester. Maar we hebben hier verder geen contact mee gehad, ze lagen op een andere plek gemeerd. De volgende bestemming wordt Warnemunde, een voorstad van Rostock. Ook daar komen we na mooie zeiltocht aan. Het was grotendeels aan de wind zeilen maar het ging relaxt. We lopen weer tegen de avond binnen, meren af en gaan de stad verkennen en ergens eten. Er is vanavond geen voetbal, mooi rustig dus. Na wat rond geslenterd te hebben gaan we weer aan boord en natuurlijk zoals altijd: Een zeeman moet verder. Dus morgen weer op weg. Nu richting Straalsund. Ook dat wordt weer een mooie zeiltocht. Wel en beetje saai maar toch ook weer erg comfortabel. Daar weer een nachtje gelegen en voetbal gekeken.  De mensen die mij kennen zal het verbazen dat ik naar voetbal gekeken heb maar ja het kan verkeren. Inmiddels schieten we al aardig op. We willen op Rügen een dag of twee rust nemen om het eiland te bekijken. Eerst nog een dagje zeilen naar Lauterbach. Van daar uit gaan we dan wandelen om wat van het eiland te zien. Wat dat wandelen betreft; dat hebben we geweten! We wilden naar een grote badplaats, Bergen, over  wandel- en bospaden. Na een aanvankelijk goede start komen we uiteindelijk op een lokale weg. Deze is vrij smal met aan de zijkanten een vangrail en dat loopt niet lekker met al die langs scheurende auto’s en je kunt niet van de weg af. Als dan de mogelijkheid zich voordoet om een landweg te nemen doen we dat.  Het is eigenlijke niet meer dan zandpad, dat helaas eindigt tussen bouwland. We lopen verder door een pas gemaaid grasland. Na een eind sjouwen komen we bij bouwland met maïs en zien in de verte het plaatsje liggen waar we heen willen. Het wordt wel een fiks eind door het bouwland lopen, zeker een paar kilometer. Als we aankomen in het plaatsje begin ik mijn heupen te voelen. Maar we zijn er. We kijken wat rond. Helaas het valt tegen, dus na ergens wat gedronken te hebben gaan we terug. We hadden al een weggetje tussendoor ontdekt dus het moet beter kunnen dan de heenweg. Ook de terugweg wordt een lange wandeling. Al met al denk ik, dat we zo’n 30 kilometer gelopen hebben. Ik kon die avond de ene voet niet meer voor de ander krijgen. Sietse had nergens last van en had heerlijk gelopen. Als ik de volgende morgen op sta denk ik, ik voel me 80 maar gelukkig verdwijnt dat gevoel al weer snel. Vandaag varen we naar Seedorf om in voetbal sferen te blijven. Dit is maar een korte trip door een mooi zeilgebied. We meren af en gaan op zoek naar een kroeg voor de voetbal maar dat viel tegen nergens een goede plek te vinden. Verder willen we morgen een flink stuk wandelen ware het niet dat Sietse het voorstel deed om nu naar het andere dorpje Thiesson te lopen aan de zuidzijde.  Ik wou me niet laten kennen en zeg dat ik mee ga maar na verloop van tijd begint mijn heup weer op te spelen en begon ik te trekkebenen ik loop moeizaam en kan niet lekker door stappen en besluit na 4 kilometer af te haken en terug te wandelen naar de boot. Sietse gaat alleen verder en maakt de tocht af. Hij komt ’s avonds laat thuis en heeft dan een wedstrijd van het Nederlands elftal gemist. Hij is moe maar voldaan van de lange wandeling. Natuurlijk moet hij ’s avonds eerst naar de voetbaluitslag  informeren. Dat lukt maar ten dele ondanks de naam Seedorf . Na een goede nachtrust wordt het weer tijd om verder te gaan. Nu naar Leba, dat in Polen bekend staat om zijn wandelende duinen. Dat wordt weer eens een lange ruk zeilen. We vertrekken  van Rügen  en na wat heen en weer klooien tussen ondieptes komen we op dieper water en kunnen we lekker zeilen. Het is wel aan de wind, maar er staat een lekkere wind en het gaat top! Na wat spelen met de stuurautomaat houdt die de boot goed op koers. En zo zeilen we een dag en een nacht over de Oostzee. De dag er op lopen we in de middag de haven van Leba binnen. De vorige keer dat ik hier was moest ik me nog melden, maar nu Polen bij de EEG hoort is dat niet meer van toepassing. Als we de haven binnen varen, wordt er naar ons gefloten.  Een douane man roept naar ons waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Als we dat terug geroepen  hebben is het oké en  kunnen we de jachthaven in varen, waar we afmeren aan een vingerpier. Deze luxe was ik in de Cariben al bijna vergeten. Daar liggen we altijd achter anker. Die middag Leba verkend en ’s avonds uit eten geweest. Het is een leuk plaatsje, wel erg toeristisch.  Wij lopen nog wat rond en gaan dan weer naar de boot en te kooi. Morgen willen we naar de wandelende duinen. Het is eigenlijk te ver om te lopen en ook mijn heupen beginnen weer op te spelen. We hebben namelijk al een fikse wandeling achter de kiezen als we weer op het strand aankomen. Ik zeg tegen Sietse daarginds liggen de duinen dat is nog een flink stuk als je wil mag je verder lopen maar ik ga terug, dan zie ik je later wel weer aan boord. Sietse gaat verder en ik loop terug. Het is nog een stevige tocht. Als ik weer aan boord ben zie ik tot mijn verbazing dat Sietse ook al weer terug komt. Wat nu?; vraag ik aan hem. Het was nog erg ver en hij liep weer tegen opstakels aan en is toen maar omgedraaid. Later zijn we het plaatsje weer ingelopen, hebben wat rondgekeken en een souvenir gekocht. Terug aan boord maken we plannen voor de volgende sprong. Via Wladyslawowo ­­gaan we naar  Hel. Dit is een ­schiereiland boven Gdansk en een soort Scheveningen voor de Polen. Het wordt weer een mooie trip er naar toe. In Hel aangekomen verbazen we ons over de drukte in dit plaatsje waar eigenlijk niets te beleven is en het toch gezellig is. We blijven er een paar dagen en vertrekken dan naar Gdansk het uiteindelijke doel van de tocht. Als we Gdansk binnen lopen zien weer de bedrijvigheid op de scheepswerven. In de stad gaan we naar de lokale jachthaven waar we willen afmeren. Dat stuit op problemen, want er is geen ruimte voor ons. De haven is vol. Het is ook hier zomer en vakantietijd. Gelukkig lukt het ons om de boot af te meren aan een oude kadebeschoeiing die wel op instorten staat maar voor een nachtje lukt het wel. Met de rubberboot gaan we naar de kant om de stad te verkennen en niet te vergeten om naar voetbal te kijken Nederland moet spelen. Gelukkig winnen ze, een hoera stemming dus dat is altijd goed voor een mens. Het wordt tijd om aan boord te gaan. Morgen gaan we de stad beter verkennen en natuurlijk weer een wedstrijd kijken. Tja, zo vliegt de tijd wel voorbij. De dag er op weten we een plek te scoren in de jachthaven. Die dag zal Jolanda met de kinderen aankomen. En dan is het wel zo lekker om dan aan een steiger te liggen en van boord te kunnen wanneer je dat wil. ’s Avonds laat komen de familie leden aan en kunnen we bijpraten. Het wordt  maar een kort nachtje want morgen om 6 uur willen Sietse en ik terug rijden naar Nederland. Sietse moet op sollicitatie bezoek  en ik ga op ziekebezoek bij schoonvader en terug naar Terschelling.