Archive for the ‘200816 Zuidwaarts’ Category

dinsdag, november 4th, 2008

 

Terug naar het zuiden.

We zijn weer onderweg naar Long Island Sound via een aantal tussenstops onder andere in York Harbour, een erg leuk klein haventje maar zonder plaats om te ankeren, dus moeten we aan een mooring.

De volgende dag gaan we naar  Islles of shoals. We hadden gehoord dat het een leuke plek zou zijn, maar valt tegen. We komen in de regen binnen en pikken een mooring op om een bui, die een paar uur duurt af te wachten. De eilanden zijn niet zo bijzonder dus gaan we door naar Gloucester. Hier zijn we al eerder een paar uur geweest. Het is een aardig stadje met een beschutte haven. Alleen ligt het er nu erg vol en ons anker krabt. Nadat we opnieuw geankerd hebben, houdt het wel en blijven we net vrij van de boten om ons heen. Na een mooie overtocht met een stevige noordwester wind is het prettig om op een rustige rede te liggen.

We willen eigenlijk één dag blijven om de was te doen en te internetten, maar als we door het stadje wandelen komen we langs een chiropraktiker. en ik heb al een tijdje wat last van m’n rug. Albertien kan het voor haar gevoel niet goed weg krijgen, daarom lopen we naar binnen met de vraag of ze vandaag of morgen tijd hebben om naar m’n rug te kijken. De secretaresse belooft,  dat ze zal overleggen met de dokter en dat ze ons dan terug zal bellenen dat doet ze keurig. Ik heb het geluk dat er een patiënt afgezegd heeft. Morgenochtend om tien uur kan ik langs komen. Dat komt goed uit, kunnen we vandaag rustig aan doen en morgen ook nog Rockpoort bezoeken.  Deze plaats is de trekpleister van de omgeving. Het heeft een hoog Volendam-gehalte en een aantal mooie haventjes met stenen wanden, wat we hier bijna nog niet zijn tegengekomen.

Vrijdag 22 augustus 2008 gaan we weer op weg. Er staan twee dingen op het programma: walvissen ontmoeten en de plaats Province Town waar we vanavond willen ankeren Het eerste lukt uitstekend. Als we ver genoeg zee op zijn gegaan bij de Stellenbank zien zijn allemaal boten rondvaren Ze zijn of aan het vissen of aan het walvis spotten.

We varen nog maar net de Stellenbank op of er duikt een grote walvis achter het schip op om even later onder te duiken en zich niet meer te laten zien ons verbouwereerd achterlatend, daar waren we nog niet helemaal op in gesteld.

Als we een tijdje rondvaren zien toch een aantal exemplaren vlak bij de boot omhoog komen en wat zijn die beesten dan groooooot, foto’s maken lukt maar ten dele net als wilt schieten duiken ze weg en als je klaar staat om te knippen als  ze boven komen blijven ze net wat langer onder en op het moment dat je ze niet meer verwacht komen ze dan weer boven maar dan ben je weer te laat met de camera. 

Dus zoals zo velen hebben we alleen maar foto’s van de ruggen .Een niet geregistreerde walvisspotter jaagt een walvis waar wij omheen zwerven op. Hij gaat er veel dichterbij varen dan wij doen. Het dier buigt zijn rug en met een zwiep komt zijn staartvin boven water. Een mooi  gezicht ,dat wel, maar na nog een keer verdwijnt de walvis in dieper water voor zijn rust. Ook van deze actie hadden we alleen een onscherpe foto.

Al met al een wonderlijke ervaring, deze grote beesten zo dicht bij de boot. Als we tijd hier rond gehangen hebben gaan we door naar onze volgende bestemming. Er komt ook nog een mooi windje bij al is die pal tegen maar we zeilen. Waar ons wel op verkeken hebben is dat de stroom meer tegen loopt dan verwacht en dat levert vertraging op.

Het betekend dat we ons tweede doel niet met daglicht bereiken kunnen. Aangezien het ook weer bezaaid ligt met lobsterpotten en er in de piloot ook nog drijfnetten voorspeld worden, kiezen we voor een andere bestemming. We zoeken een beschermde baai voor de nacht bij Plymouth beach.

De volgende morgen willen we op tijd weg voor het Cape Cod Canal maar de getijden atlas is niet helemaal duidelijk over het tijdstip van doorgang en dat is wel belangrijk. Er loopt een stroom van maximaal 4,5 knts in het kanaal dus moeten we er wel op het juiste moment doorheen. We gaan voor de zekerheid maar vroeg op stap. Wanneer we er aankomen zien we dat we zoals verwacht te laat zijn om  door te varen en ankeren om de hoek om het volgende tij af te wachten.

Ik zie dat de watertemperatuur weer is gestegen tot boven de 20 graden. Dit is een goede reden om maar eens een duik overboord te nemen en de boot te verlossen van de aangroei. Het wordt stevig door werken maar de water temperatuur moedigt aan om hard te werken anders krijg je het te koud.

In de eerste sessie krijg ik het niet helemaal schoon en moet nog een tweede keer te water maar ga eerst lekker in de zon opwarmen. Na deze twee sessies is het schip weer aangroeivrij en ben ik tevreden. Vooral het midzwaard was erg aan gegroeid, geen wonder dat we daar problemen mee hadden. Ik ga allerlei naaiklusjes doen op onze mooie nieuwe naaimachine. Het geeft me een grappig huislijk  gevoel om zo bezig te zijn.

Wanneer de eerste zeilschepen richting kanaal varen gaan ook wij  anker op. We zijn nog aan de vroege kant en krijgen pas op het laatst veel stroom mee. Aan de andere kant gaan voor anker achter een mooi eilandje waarvan het strand bezaait is met grote rotsblokken en rondgeslepen stenen.

De wind is helemaal weg gevallen en we zitten tot laat te schemeren in de kuip bij een ondergaande zon, een prachtige stille avond. In het tegenlicht van de ondergaande zon zie ik net voor de keien een reiger door het water schrijden. Dit zijn de momenten waarop ik intens geniet van ons bootjesleven. De nacht is erg stil en zelfs de volgende morgen is het zeer rustig. We vinden het heerlijk om op deze plek te liggen.

Pas tegen de middag komt er een zwakke wind opzetten en lichten wij het anker om dan op de motor nog een slag om het eiland te maken. De andere kant is een beetje een anticlimax, vol gebouwd met luxe huizen sommige op meters hoge palen, geen gezicht.

We varen rond en hijsen de zeilen en proberen in de lichte draaiende wind 10 mijl verder te komen waar we een afspraak hebben met een Amerikaanse familie die we in New York al eens hadden ontmoet, maar de motor moet te hulp komen om ons er op tijd te brengen.

De ontvangst is allerhartelijkst, we worden uitgenodigd voor het diner en mogen bij Beth douchen en kleren wassen, helemaal top.

Maandag, we gaan vanmorgen met onze gastvrouw en haar auto boodschappen doen in Falmouth MA. Naast de gewonen boodschappen slaan we ook wat drank in, want met alle mensen die we regelmatig aan boord krijgen gaat het snel op en nu hoeven we er nauwelijks mee te sjouwen. In de staat Massachusetts kan je in de supermarkt geen drank kopen. Ieder staat heeft hier zo zijn eigen alcoholbeleid. Dat varieert van altijd overal drank kunnen kopen tot alleen in speciale zaken op een beperkt aantal uren en zeker niet op zondag. 

Nadat we vers drinkwater hebben getankt gaan de touwen los om naar het eiland Martha’s Vineyard te gaan om daar al weer een stel mensen te ontmoeten die we kort gesproken hebben in Gloucester. We hadden afgesproken om elkaar later nog weer te ontmoeten en zie daar het moment is aangebroken.

Om het Nederlands te houden gaan we door een brug naar een klein meertje waar het grotendeels erg ondiep is, maar er is een kleine ankerplaats. De windvoorspelling is een stevige noorden wind en als we buiten in de baai blijven liggen zitten we morgen aan lagerwal, dat was één reden en de ander was dat het ons wel leuk leek.

Als we voor anker liggen, gaan we met de Amerikanen van de Wind Dancer naar de wal om in het plaatsje inkopen te doen en rond te kijken wat er allemaal te bleven valt. Het heeft een hoog Terschelling gehalte; veerboten die af en aan varen, veel toeristen met de bijbehorende winkeltjes en restaurantjes. En.. niet te versmaden lekkere ijsjes van Martha’s Mad icecreamshop. Een klein ijsje hier is een groot ijsje thuis, een groot ijsje hier is een hele maaltijd, waar we ons nog niet aan gewaagd hebben.

We worden  uitgenodigd voor ‘souper’ bij de Amerikanen aan boord. Lee en Babara zijn aardige mensen die voor het eerst voor langere tijd met hun boot willen gaan cruisen. Hij is militair van beroep geweest en was de commandor van de plaatselijke jachtclub, zij heeft als laborante in het ziekenhuis gewerkt. Nu ze tijd hebben gaan ze om te beginnen naar de Bahama’s om te bekijken hoe het bevalt. Het is een gezellige avond. Ze vragen ons veel over onze uitrusting en hoe we ons voor bereid hebben op het cruisersleven. We spreken af morgen met elkaar een busrit over het eiland te maken.

Zoals gezegd gaan we de volgende dag met de bus. We kopen een dagkaart en rijden het eiland rond. We stappen bij de diverse dorpjes uit, kijken rond, eten wat en bekijken zo grote delen van dit bij de Amerikanen zo populaire vakantie eiland. In Oak Bluff staan er rondom een open luchtkerk de zogenaamde ‘gingerbread’ huisjes. Deze huisjes zijn gebouwd ter vervanging van de tenten die er op het kampeerterrein van de Methodistische kerk stonden. Het zijn houten huizen die in allerlei kleuren geschilderd zijn. De windveren en de balkonhekken zijn als kantwerk en ook verder zijn de huisjes rijk gedecoreerd. Wanneer ze in een bepaalde periode van het jaar ‘s avonds verlicht zijn komt men van heinde en ver om ze te bekijken. Mij deden de rust en de toeristen denken aan onze hofjes.

Als we terug komen van de bustocht en naar onze bijboten lopen, zien tot onze verbazing dat de bijboot van de Amerikanen klem onder steiger zit. Albertien was zo slim geweest om het anker mee te nemen zodat onze bijboot met de neus naar de steiger ligt en met het anker naar achter uit, vrij van de kant gehouden wordt.

De buren hadden geen ankertje bij zich en omdat de wind zou de hele dag noord zijn, zou de boot ook vrij van de steiger moeten blijven maar de wind viel weg en de bijboot is dus onder de steiger gedreven. We laten er lucht uitlopen, maar dat helpt niet  en het water stijgt nog.

Dat wordt later op de avond teruggaan om te kiken of het dan lukt. Om 11 uur ga ik samen met Lee naar de wal om de boot alsnog op te halen nu het water weer at gezakt is. Als we er zijn, blijkt het nog te vroeg, dan maar naar de kroeg en een biertje halen. Mis! De kroegen zijn hier  al dicht en als we teleurgesteld reageren krijgen we van een plaatselijke restauranthouder gratis een paar blikjes bier en nuttigen die in het donker  aan een picknick tafel in de tuin van het restaurant.

Nadat we gelaafd zijn lopen we terug naar de steiger die een kilometer verderop ligt om te zien of het water vergenoeg gezakt is. Dat is het inmiddels en met wat gedoe lukt het ons om de boot er onder uit te krijgen. Door het leeg laten lopen staat de boot vol water, maar gelukkig is de motor boven water gebleven. We scheppen hem leeg, pompen hem op en varen naar onze boten terug. Dit is weer een nieuw avontuur om toe te voegen aan de reeks die we al hadden.

Woensdag: We hebben een nieuw doel. We hoorden van Beth dat er een mooie baai is bij een privé eiland. Je mag daar alleen op het strand en naar een oude vuurtoren lopen. Het bijzondere is dat er aan het pad naar de vuurtoren veel bramen groeien en daar zijn we wel gevoelig voor. Omdat het een privé eiland is,  wordt  het niet helemaal volgebouwd en is de natuur daardoor ongeschondener dan op de andere eilandjes.

We ankeren in de baai, gaan met Watervlo naar de kant en wandelen gewapend met plastic tassen naar de vuurtoren. We slaan aan het plukken. De bramen op dit prachtige eiland zijn wel lekker zoet maar erg klein zodat we er lang over doen voor we genoeg bij elkaar hebben.

Het blijft een beetje, maar we kunnen er een paar potjes jam van maken en dat is leuk en lekker. We gaan weer anker op en zeilen naar het zuiden de wind is noord en niet zo sterk. Met spi erop we gaan lekker totdat ie invalt en we hem weg moeten halen. Geen wind meer dus de motor aan. Even later komt de wind terug uit het westen en dat is pal tegen, maar we kunnen zeilen tot aan New Port en daar gaat de spijker er in voor de nacht. We liggen niet in de haven maar in een baai aan de oostkant van de stad.

Volgende morgen gaan we vroeg verder maar raken bijna verstrikt in wat ze noemen “fishtraps”. Niet alleen de vissen lopen hier in de val wij ook bijna maar de oplettende Albertien slaat alarm. We varen om het nettenveld heen als de verontrustte vissers op ons af komen varen en vertellen hoe we er tussendoor kunnen varen.  Ze zeggen er wel bij dat we er eigenlijk om heen hadden moeten varen.

Nu we op de goede weg zijn kunnen we weer de spinaker hijsen, en maken bij een zwakke wind toch een mooie snelheid. Dit duurt enige uren maar met het stijgen van de temperatuur neemt de wind af en tegen drieën gaat hij helemaal liggen. De stroom liep al uren tegen maar dat is nu meer merkbaar, dan de motor maar aan en de zeilen opruimen.

Tegen het eind van de middag ankeren we in de beschermde baai van Fishermans Island.

Vrijdag 6 uur: Het is nog maar net licht en Albertien jaagt me het bed uit. We moeten gaan varen anders missen we een groot deel van het tij. Hoezo moeten, we hebben toch alle tijd??? O nee we zijn slaaf van het tij en moeten aan het werk. Maar goed een half uurtje later zeilen we weer door de wereld. Eerst nog met een mooi windje maar die wordt al ras zwakker. Er moeten hulptroepen aan te pas komen in dit geval de spinaker. 140 m2 doek wordt in de strijd gegooid om voortgang te maken. Dat gaat de eerste uren goed maar na een uur of drie geeft de wind de brui er aan. Al weer de motor aan en torren,  we willen het tij niet missen en al met al komen we vandaag 51 mijl verder tot aan Milford daar varen naar binnen voor diesel en boodschappen.  Diesel lukt wel maar boodschappen kunnen we vergeten dat is een eind lopen. In de haven is het vergeven van de dode vissen. Dit blijkt ieder jaar en terugkerend fenomeen te zijn. De visjes worden door andere vissen op gejaagd en zoeken veiligheid rivier opwaarts in de haven. Helaas is er dan een zuurstof tekort en sterven ze alsnog. Dan maar naar buiten daar kunnen we achter een eiland ankeren voor de nacht. Ondanks dat in de luwte van het eiland liggen is het erg onrustig we liggen te schommelen, maar dat overleven we wel.

De volgende morgen als weer licht is, anker er uit en met het tij verder in de richting New York.

Er is weer weinig wind. We varen voor de wind zeilen uitgeboomd eerst natuurlijk tij mee en gaan zo’n 5 knopen maar als het tij kentert maken we maar 3 en later 1,5 mijl over de grond. Er is een moment dat we achteruit zeilen, dit wordt te gek dan de motor maar weer aan.

Nu kunnen we kiezen of ons haasten  en plankgas op de motor naar Hellsgate varen, waar we met het tij mee doorheen moeten of langzaam aan doen en morgen verder zien. Onze keus is duidelijk, dat is de grote zegen voor ons, we hebben tijd genoeg en  “wie de tijd heeft, heeft altijd goede wind.” Desondanks hebben we de afgelopen maand een kwart van alle mijlen op de motor gevaren. Dat is veel normaal doen we een half jaar met een tank en nu een maand. We waren er voor gewaarschuwd dat er hier vaak heel weinig wind is, maar omdat wij altijd proberen te zeilen ook met weinig wnd dachten we dat het wel mee zou vallen. Niet dus.

We hebben vannacht op een prachtige plek voor anker gelegen in een zijarm van de Easteren river  naast Throgs Neck een heerlijk paradijs waar de rijken van Amerika hun optrekjes hebben. En dan moet je denken aan villa’s waar een  hotel jaloers op zou kunnen zijn. Het is onbeschrijflijk hoe groot en ruim ze zijn met schitterend aangelegde tuinen, steigers, fonteinen en zwembaden.

Enfin, wij hebben van ons uitzicht op deze rijkdommen genoten, en heerlijk rustig gelegen. Nu gaan we nog het laatste stuk varen naar de 79 street Boot basin aan de Hudson river, waar we dan voor de derde keer liggen. We passeren de gevreesde Hellsgate iets te vroeg hebben nog een beetje stroom tegen maar het is een zeer rustige passage zonder gedoe met heftige draaikolken en stroom tot 5 knopen mee of tegen.

Als we tegen de middag afmeren loopt er op de Hudson al een stevige stroom tegen, 2 knots en de mooring bal zit al bijna onder water maar het afmeren gaat perfect. Albertien aan het roer en ik hangend tussen de preekstoel pik de lijnen op en weer liggen we vast in NEW YORK.

De Spirit van Gerjan en Ans ligt er ook, maar ze zijn niet aan boord. Hopelijk zien we ze morgen weer. De vorige keer toen we hier lagen hebben we veel samen op getrokken en we hebben ons er op dit weerzien verheugt.

Het is druk maandag 1 september is een feestdag. Veel mensen zijn vrij, hebben een lang weekend en gaan er op uit of juist naar de grote stad. Zo ook wij, we bezoeken musea om gewoon even rond te kijken Guggenheim en het moderne kunst museum waar we later nog eens uitgebreid naar terug willen. We pakken de bus door de stad om van alles te bekijken, wandelen langs de rivier de Hudson en eten daar op een terras een hapje.

We willen eigenlijk nog wel een theater bezoeken om een musical te bekijken en doen dit op goed geluk.

We vinden een moderne musical “In de height”, waarvoor nog kaartjes tegen een redelijke prijs te koop zijn. We hebben er nog geen recensies van gelezen maar hij spreekt ons wel aan. Het is een pachtige musiacal, veel zang en dans en goed gespeeld, helemaal top. Tevreden slenteren we na die tijd over Broadway. Daar zien we een winkel van M&M. Dekbedden , handdoeken, douchegordijnen, bekers en  alles met m&m opdruk zijn er te koop  zelfs het monstertje uit de reclame als vrijheidsbeeld. Een enorme zaak en druk!! Eerder die dag hebben we een winkel gezien waar je knuffelbeertjes kon  kopen. Die worden ter plekke gevuld en dan hangt er een winkel vol kleertjes en dergelijke voor die beertjes. Er is een paskamertje met spiegels en je kan je beertje op een van de kleurige computers aanmelden op internet op de beertjesvriendensite. Ook dit is weer een enorme ruime zaak, die loopt als een tierelier. Zo creëer je dus hypes..

En dan komt de domper.  We gaan dinsdag naar de wal om te internetten en ik om hardlopen. Wanneer ik met de havenmeester spreek vraagt hij naar onze plannen. Ik vertel hem dat we naar het zuiden willen. Volgens hem is dat uitgesloten. Er komen 2 hurricanes richting de  Bahama’s en Cuba en die koersen later ook richting New York. Hij adviseert om de Hudson een eind op te varen en daar in een veilige haven de hurricane’s af te wachten. En al worden ze pas over een week hier verwacht we schrikken wel even van het bericht.

Na overleg met de andere Nederlanders van de Spirit, besluiten we de ontwikkelingen af te wachten, de berichten te volgen en afhankelijk daarvan later te  besluiten we wat we gaan doen!!!! Het is wel spannend, er kan nog van alles gebeuren met die stormen dus alert blijven.

Wij blijven nog een paar dagen in New York plakken, want we willen nog van alles doen en bezoeken.

De olie van de motor van Zeezot moet vervangen worden en de filters van olie en brandstof moeten vernieuwd. Bij het leegzuigen van het carter begeeft het pompje het en wat ik ook probeer het lukt niet.

Ik de stoute schoenen aan en de stad in op zoek naar een pompje, onderweg kom ik een computer winkel tegen en zie ik weer die kleine laptopjes staan. Het type dat ik wil, hebben ze daar niet maar wel een luxer en uitgebreidere maar in mijn ogen veel te duur, $ 699, exemplaar. Ik zeg tegen de man dat is te duur ik wil er $ 450 voor geven na nog wat gebakkelei koop ik hem voor $500.

Maar ja daarvoor ging ik niet de stad in ik moet een olie pompje hebben die vind ik dan ook voor $ 50. Met die laptop erbij van $ 500 wordt het een duur pompje maar ik ben erg blij met de nieuwe laptop. Hij weegt 1 kilo en past net in de kleinste rugzak , dat is ideaal om aan de wal te internetten.

Op de terug weg naar Zeezot even bij de Spirit langs om de nieuwe aanwinst te showen.

De volgende morgen de olie ververst. Daarna het motortje van Watervlo onder handen genomen, de koppeling werkt niet meer goed. Regelmatig moeten we  roeien omdat we geen aandrijving hebben en met de fikse stroom die hier kan staan is dat niet leuk. Het euvel was een geoxideerd asje van de hendel voor de koppeling, vrij makkelijk te verhelpen al moest de motor behoorlijk gedemonteerd worden. De tijd is te kort voor ons voor genomen museum bezoek dus gaan we nog even de stad in en met de watertaxi gratis naar IKEA die kans laat je als Nederlander niet lopen. Het is zoals ik al hoopte een leuk ritje naar een deel van de haven  waar wij anders niet gevaren zouden hebben.

En dan is het vrijdag en groot alarm! De hurricane wordt vanavond al hier verwacht. Helaas geen museumbezoek, maar weg hier.   Wij zoeken een hurricane hole op bij Staten Eiland 19 mijl varen naar het zuiden, de Spirit gaat naar boven verder de Hudson op. Albertien gaat nog even betalen en internetten. Ze vaart weg met de bijboot en weer doet de motor het niet. Nu is het waarschijnlijk een gebroken breekpen. Er loopt twee mijl stroom in de Hudson, gelukkig voor haar de goede kant op.

Later pik ik haar op en dan varen we naar de hurrican hole. Daar strippen we de hele boot. Alles gaat er af, de zeilen, de wieken van de windgenerator, het zonnepaneel en alle losse voorwerpen aan dek gaan naar binnen. Watervlo laten we leeglopen en bergen we op, we liggen aan twee ankers hebben een derde nog klaar liggen voor reserve. Laat nu de storm maar komen.

Vrijdag middag, avond en nacht. Er gebeurt niets alleen in de nacht een dikke regenbui, en de radio en marifoon maar waarschuwen voor de orkaan die er aan komt met kans op tornado’s.

Zaterdagochtend het trekt helemaal dicht met een dikke mist. Deze mist is zo zwaar dat er zelfs dikke druppels uit vallen en dit blijft de hele dag hangen. Aan het eind van de middag begint het flink te waaien. 37 knopen is het hoogst wat ik aflees en er vallen stevige buien, na een paar uur gaat de wind liggen en is het windstil en dan tegen negenen begint het weer hard te waaien.

Tropical storm Hanna raast nog een beetje uit, wind draait 180 graden en loeit nog maar de windmeter komt niet boven de 30 knopen en tegen een uur of twaalf is het grotendeels voorbij. We dachten wacht te moeten lopen maar dat is dus niet nodig. We duiken in de kooi z z z z z z ………… z z.

Zondag 7 september 2008 de storm is voorbij het zonnetje schijnt en de wereld ziet er weer vrolijk uit. Het is een prachtige dag.

We beginnen de boot weer op te tuigen en repareren het grootzeil er zit een scheurtje in het achterlijk en van een paar naden zijn de stiksel los. Ook de Genua heeft wat onderhoud nodig. We hadden hem al eens gerepareerd maar dat was weer los gegaan.

Daarna de zeilen aangeslagen, zonnepaneel en windmolen weer geïnstalleerd, zodat onze groene energie weer werkt ook zeer aangenaam. Daarna alle andere dingen die we van de boot af gehaald hadden weer gemonteerd. En dan kunnen we de ankers binnenhalen. Tja dat wordt een feestje, want van ons tweede anker heeft het touw in de blauwe modder gelegen. Het zit er onder en het stinkt. Ook de ketting voorloop en het anker zien er niet uit dus alles te lijf met de puts en een borstel. Het is een heel geschrob,  maar het wordt weer redelijk schoon.

In de middag zeilen we  naar Keyport naar kennissen van ons, de Mc Ginty’s, om bij te kletsen. Onder andere om te horen hoe hun schip het er af gebracht heeft. Het lag een stuk zuidelijker in de buurt van Beaufort. John was er naar toe geweest en had het schip verhaald naar een hurricane hole en daar hadden 70 knopen over zich heen gekregen maar gelukkig geen schade.

We nodigen John en Susie  voor ‘diner’ aan boord en dat is gezellig. Al vallen John zijn ogen bijna dicht. Hij heeft er een autorit van 10 uur er op zitten en is doodmoe, dat wordt op tijd naar bed om bij te tanken.

De volgende dag mogen de bij de Mc Ginty’s de was doen en gelijk de boel weer eens strijken dan ziet het er weer verzorgt uit. Verder heb ik John geholpen met het C-map programma op zijn computer. En ben ik met Susan gaan winkelen. Zo komt de boot voorraad weer op peil en het is gezellig. Bovendien gaan we met John naar zijn legerbasis en kopen daar 6 maaltijden voor in onze grabbag. Ideaal spul, want het verwarmingselement zit er in en heeft alleen water nodig. Bovendien zitten er per waterdicht verpakt pakket ook nog crackers en iets zoetigs bij. We hopen het nooit nodig te hebben en pas bij aankomst in Nederland te proberen.

Ook een bezoek brengen aan de tandarts staat op het programma. Ik heb last van m’n kiezen bij warme en koude dranken al meer dan een week. Ik kan om 3 uur langs komen voor een onderzoek.

Ja daar zit je bij de tandarts in de stoel en natuurlijk is dan je kiespijn over. Na onderzoek en foto’s van m’n kiezen vind de man een wortelkanaal dat volgens hem ontstoken is. Het rare is dat de pijn achter in mijn mond zit en de ontstoken kies voor in, goed hij behandelt de kies en als hij klaar is weet hij te melden dat er ook nog een scheurtje in de vulling van de achterste kies zat. Hij vind dat ik daar in Nederland  naar moet laten kijken, want er moet volgens hem  zou een kroon op moeten, en volgens mij was die kies de oorzaak van mijn pijn??

Enfin de ontsteking is verholpen en dat kostte slechts 670 $ en dat is het ergste niet als mijn pijn nu weg zou zijn, maar na twee dagen blijft de reparatie zeuren. Het deugt niet denk ik en wij zijn inmiddels al een dikke  honderd mijl naar het zuiden afgezakt, en dat is in dit geval niet handig.

We zijn van Keyport naar cape May gevaren en hebben de nacht door gezeild; 129 mijl. We komen ’s ochtends om 4 uur aan en gaan voor anker. De volgende dag gaan we om 12 uur over de Delaware Bay naar boven 51 mijl en omdat het donker wordt varen we voor de nacht een klein riviertje op en gaan daar voor anker, want door varen is gevaarlijk vanwege onverlichte tonnen en onduidelijke ankerplaatsen.

We liggen op een comfortabele plek aan de ingang van de rivier. De volgende morgen worden we wakker met harde wind en regen. Wat doen we? Staan we vroeg op (6 uur) om verder te gaan of maken we er een luie dag van? Het wordt het laatste. We liggen erg lekker hier en willen nog wat klusjes doen.

Als we de volgende dag weer verder willen krijgen we spijt van de beslissing van gisteren. We hebben de goede wind laten lopen. Nu is hij zwak en tegen, dat wordt op de motor naar het Chesapeake en Delaware kanaal  (C&D canal zoals het hier genoemd wordt). Er zit niets anders op, als we gaan laveren missen we het tij en dan kost het nog een hoop werk om er te komen.

Op de motor loopt de reis voorspoedig en na een uur of vijf ankeren we bij het plaatsje Chesapeakecity, een leuk oud plaatsje aan het eind van het C&D canal alleen met een luidruchtige brug op pijlers van 50 meter hoog over het kanaal en net langs de rand van het plaatsje.

We blazen watervlo op en gaan aan de kant kijken en tot onze verbazing liggen er een paar keurige steigers voor passanten en die mogen er gratis gebruik van maken. Dat is uniek in Amerika. Normaal betaal je hier tussen 60 en 150 dollar voor een nacht aan de steiger.

We lopen wat rond, zoeken nog naar een vrij internet wat niet lukt, en gaan dan terug naar de haven waar een erg gezellig cafe restaurant, Chesapeake Inn, is met veel drukte. Wij pakken er een biertje. Het is drukkend warm over de 30 graden. Er liggen in de haven een heel stel powerboats. Dit zijn grote speedboten met grote Amerikaanse motoren die met veel lawaai en een hoop geronk op en neer varen. Wanneer ze het gas lostrekken zie je alleen een streep op het water en hoor je een gigantisch kabaal. Ze zijn vaak voorzien van een vlammend patroon in heftige kleuren. Paars, geel, oranje, sparkling roze en idem blauw. Schitterend!   Er wordt niet zo veel meer gevaren. De mensen klagen, want de benzineprijs is verdubbelt het laatste jaar ( het is nu ongeveer één dollar de liter ! 70 euro cent waar hebben ze het over?)

Zondag doen we rustig aan. We wachten tot het tij gaat mee lopen en vertrekken dan naar Havre de Grace. Volgens ‘Captain Bob”, dit is het lijfboek hier van veel cruisers, kunnen we in die plaats  makkelijk dwz dichtbij de haven boodschappen doen en internetten. Het eerste stuk moeten we nog op de motor en dan kunnen we lekker zeilen naar ankerplaats al daar.

Het volgende stuk kunt lezen in Chesapeake en Washington.