Archive for the ‘201301 de reis door Canada’ Category

201301 de reis door Canada

donderdag, augustus 1st, 2013

Het laatste nieuws: We zijn weer eens onderweg.

 

Deze keer maken we een rondreis door Canada, (Britisch Colombia) met een camper.

 

Na een lange vlucht met een tussenstop in Chicago landen we in Vancouver. Gek genoeg met maar paar uur verschil met onze vertrektijd uit Nederland. We vliegen de tijd achterna, we vertrokken in Nederland om 11.00 uur en landden om 18.30 in Vancouver, terwijl we 14 uur gevlogen hebben en 4 uur gewacht. Door dat tijdsverschil hadden we ons vergist met het reserveren van een hotel, daar kwamen we onderweg achter.

 

Dit weekend is een lang weekend voor de Canadezen omdat het op maandag de dag van de oprichting is met als gevolg, alle hotels vol. Na veel gedoe kunnen we alleen nog een duur hotel boeken voor de somma van 270 dollar voor een nacht, voor ons de duurste ooit. Eigenlijk moet je dan de hele nacht opblijven om van zo’n penthouse-suite te genieten maar daar zijn we te moe voor na zo’n lange reis. Dus eerst in bad met schuim en bubbels, dan een kop koffie uit het nespresso apparaat en we zijn klaar om het casino te verkennen dat onder het hotel is. Hier de gebruikelijke rijen gokmachines, roulette and blackjack tafels, maar ook een live optreden. We trakteren ons zelf op een lekker ijsje en kopen een flesje water, want op de kamer zijn de 6 dollar. Dan naar bed en lang slapen.

 

De volgende dag zijn we al op tijd op en bestellen ontbijt op de kamer voor 13 dollar pp, in het restaurant kost het 25 dollar. Dus die keus is snel gemaakt en dan na het vreemd genoeg zeer zoete ontbijt gaan we op zoek naar het door ons gereserveerde hotel om daar drie nachten door te brengen en Vancouver te bekijken. Tot onze verbazing blijken we geen toilet op de kamer te hebben maar op de gang, terwijl we een bevestiging hebben voor een standaard kamer. Na een rommelig en onaangenaam gesprek met Expedia in Nederland laten we het er maar bij zitten.

 

Na weer een zoet ontbijt, dat hier vreemd genoeg continental heet, gaan we op stap. We kopen een dagkaart voor het openbaar vervoer en gaan naar een museum over de  Indianen  of First Nation, zoals ze hier genoemd worden. Er is een rondleiding, waarin de totempalen en leefgewoontes van de First Nation people worden uitgelegd, maar ook hoe de eerste spoorlijnen aangelegd zijn. Wat een hele prestatie is geweest in dit berglandschap met al zijn rotsen en bossen.

 

De dag daarop gaan we met de ferry naar de noordkant van Vancouver om een wandeling te maken hoger in de bergen. We krijgen nog wat mee van de parade ter ere van het 120 jarig bestaan van de staat Cananda, stappen onderweg uit om ergens koffie te drinken en komen dan aan bij het provincial park waar we gaan wandelen. De attractie hier is een hangbrug (suspentionbridge) en een poole. Wij maken een flinke, mooie wandeling met veel trappen op en af.

 

Terug met de bus naar de bootvertrekhal. Daar is het een gezellige drukte met een overdekte markt. We kopen een drankje bij de Mac Donald en lopen wat rond. Dan terug naar de overkant en opzoek naar een bar voor een koud pilsje. Hier raken we aan de praat met een engels echtpaar dat hun zoon in Alaska heeft bezocht, maar eerder terug kwam vanwege de muskito’s. Don en Agnes hebben we daar niet over gehoord dus hopelijk valt het mee in het gebied waar wij naar toe gaan. 

 

De derde dag verkennen we de omgeving van het hotel en komen uit in Gastown. Dit blijkt een voor ons veel aantrekkelijker deel van de stad te zijn dan het moderne deel. Hier zijn kleinere winkels, bomen en oudere gebouwen. Ook staat er een stoomklok. We lopen door naar Chinatown en daar is nu tegen 10 uur in de ochtend niet veel te doen, behalve dat er zwervers met hun supermarktkarretje of zo in lange rijen ergens op staan te wachten. Er zijn veel zwervende en bedelende mensen hier, van jong tot oud.

 

Daarna gaan we naar Stanleypark. Het stadspark hier. Joop maakt er een lange wandeling alleen terwijl Albertien blijft lezen en mensen bekijken op een groot veld met picknick tafels. Joop ziet nog een rivier otter met drie jongen die zitten te stoeien op een kleine rots. Daarna lopen we samen naar een meer en dan door naar de bushalte. Daar is het smoordruk, dus trakteren we onszelf op een lekker biertje met gefrituurde uienringen bij het nabij gelegen restaurant. Terug naar onze (te)warme hotelkamer. We hebben prachtig weer met temperaturen tot wel 29 graden, dat is overdag heerlijk, maar ‘s nachts erg warm.

 

Die avond gaan we uit eten. De dagen daarvoor hebben we onze avondmaal met pizza slices gedaan, maar nu willen we ergens buiten zitten in Gastown. Nadat we een aantal restaurants afgewezen hebben, omdat we ze veel te duur vinden, komen we terecht bij ‘The old spaghetti factory’. Hier kunnen we lekker buiten zitten. Uiteindelijk blijkt er van alles inclusief te zijn zodat we een uitgebreide maal hebben inclusief een halve liter wijn voor 50 dollar. 

 

Terug in het hotel pakken we in, want de volgende dag worden we opgehaald door de camperverhuurder Fraserway. Een goed georganiseerd bedrijf met zelfs Nederlanders in dienst om in te checken en de boel uit te leggen. We krijgen een vrijwel nieuwe Camper met slechts 8000 km op de teller, keurig ingericht (alleen wel met een in onze ogen gedateerde bekleding, bruin, beige en olijfgroen) en verder zeer compleet. Er zijn zelfs knijpers, een waslijn, peper en zout, afwasmiddel, een uitgebreid linnenpakket, een koffiefilter en een bijl.

 

De motor is een dikke ford op benzine, dus vooral het gaspedaal niet te diep intrappen anders hebben we een draaikolk in de tank. We hebben nog geen route bepaald tot verbazing van de verhuurder. En als ze ons verteld dat we of links of rechtsom de snelweg op kunnen, bedenkt Albertien dat we ook via een lokale wegen naar onze eerste campingplek, Rolley lake, provincialpark, kunnen gaan. Een beetje buiten de meest genomen route. Het is even wennen aan alle dingen. Onder andere aan de breedte van de camper met joekels van spiegels. Dat gaat verder prima nadat ik er een al bijna vanaf gereden heb.

 

Op de eerste camping plek vinden we een van de laatste open plekken en krijgen we Australiërs als buren. We maken contact, gewend als we als reizigers zijn om open te staan voor een praatje. Zij zijn op de terugweg en hebben goede tips voor ons. Het wordt een gezellig samenzijn met happy hour en wederzijdse verhalen.  Altijd weer leuk om te horen hoe het een ander het in zijn leven is vergaan. Het zijn boerderijmensen die hun farm goed konden verkopen zodat ze nu kunnen reizen.

 

De volgende dag zijn we al weer vroeg op pad. We kiezen voor deze strategie omdat het hier ook schoolvakantie is en veel mensen met kinderen aan het rondtrekken zijn. Wat betekend dat je na drieën bijna geen plek meer op de campings van de provinciale parken kan krijgen en wild kamperen mag hier niet. Ook al omdat er ’s nachts vaak beren rondscharrelen. Zelf op de campings schijnen ze soms actief te zijn. Zo staan er overal ‘bearproof’ vuilnis containers. Op een van de campings is er zelfs een grote afsluitbare kast voor voedsel, want als je met de fiets bent en kampeert, kan je het eten niet geurvrij en onbereikbaar opslaan. Ondanks de vele heuvels, lange hellingen en bergen hier wordt er tot onze verbazing veel gefietst.

 

Dankzij de goede tips van de Australiërs weten we nu ongeveer de route die we willen volgen. We gaan naar de Kootenays en rijden door prachtige landschappen, door kleine en grotere plaatsen, bergje op en bergje af. De natuur is geweldig, alleen zien we weinig dieren op wat vogels, eekhoorns, een dood gereden hert en een paar stinkdieren midden in een dorpje na. Wel zien we vele bergstroompjes, grotere rivieren en stuwmeren of gewoon ontstane meren.

 

We gaan via Hope en Princeton, op weg naar de volgende camping. De eerste is vol maar de volgende, Stemwinder, is bijna leeg en we vinden een prachtige plek aan het water. Joop zijn haren worden geknipt en we doen een wasje. Later hebben we een gesprek met de ranger onder andere over een kever die hier de dennenbomen aantast. Zij verbaast zich over ons land zonder bergen.

 

Via Osoyoos en Grand Forks, waar we badkleding kopen, komen we in destromende regen aan bij Cristina Lake. We hebben geluk, want we krijgen de laatste vrije plek en de bui waait over. Dit meer schijnt het  warmste van Canada te zijn en we gaan zwemmen. Het is inderdaad lekker water, al moeten we wel weer even wennen aan zwemmen in zoet water. Ook hier doen we weer een wasje en stoken we later een vuurtje.

 

Dan op naar de volgende camping. Via mooie valleien en beken. Ook op deze camping “Lake Kokaneecreek” hebben we het geluk nog een van de laatste te vergeven plekken te krijgen. Albertien gaat hier even te water, ik vind het te koud en neem een lekkere warme douche. S’ Morgens om 5.45 uur op weg want we willen de eerste pont naar overkant pakken. We verwachten, omdat het zondag, is nogal veel drukte bij de boot. We zijn royaal op tijd en staan als derde in de rij. De vaartijd is 35 min en aan de overkant maken we eerst een kop koffie.

 

Dan gaat m’n telefoon, dochter Ellen belt met de mededeling dat Bep de partner van mijn vader is overleden. Dat is een vervelend bericht zeker nu we als je zo ver van huis zijn. We besluiten dat we er niet voor terug gaan omdat we zo ver weg en net onderweg zijn. Bovendien de verzekering dekt het niet en dan wordt het een kostbare aangelegenheid. Wonderbaarlijk genoeg hadden we hier ontvangst wat vaak niet het geval is. Maar goed het leven gaat verder en wij ook over een prachtige weg langs het meer en aan de voet van de berg. Een mooie rit. We zien nog een paar grote herten langs de weg die zich snel uit de voeten maken. We gaan naar het noorden naar Windermere waar we op Lakeshore campground, een camping gerund door First nation people, een plekje vinden voor de nacht.

 

De volgende morgen vertrekken we om 7 uur. Nu met het doel: de Rocky Mountens in te gaan richting Banff. We treffen het niet vandaag, het regent. Vies weer na al die mooie dagen wel weer even wennen  En juist nu we de bergen in gaan, waar we willen gaan wandelen. Onderweg zien nog wel een paar herten en wat klein grut rondscharrelen en rijden door een mooie omgeving tot een eind in de bergen waar tot onze verbazing  hele stukken helemaal dood zijn een raar gezicht een bos met dode bomen. We wisten wel dat er een kever was die bomen dood, maar zoveel. Als we in Banff aankomen regent het nog steeds. We parkeren de auto, wat wel een tijdje rondrijden kost, want het is een zeer toeristisch stadje. Na het stadje bekeken te hebben gaan we naar de hotspring om daar lekker in het warme water te liggen; 39 graden. En dan op weg naar Lake Louisa. Vlakbij het vinden we een camping in het bos waar we voor de nacht ons kamp opslaan. Voor ons betekend dat op een mooie plaats de camper parkeren, de deur open doen en het kamp is klaar. Wat een luxe! Ook nu weer een picknick tafel en vuurplaats aan een glashelder stromend beekje, helemaal top. 

 

De volgende morgen zijn we voor ons doen laat, 8 uur. Het is mistig denken we. Maar wat blijkt, we staan zo hoog in de bergen dat we in de wolken staan, foutje bedankt. Vandaag gaan we naar Lake Louisa, wanneer we daar aan komen is het nog niet zo druk. We lopen wat rond en lezen op de informatie panelen dat er een trail naar Laken Mirror en Lake Agnes is van 3.6 km bergopwaarts. Oke, dat gaan we doen. Het blijkt een flinke klim en als we een derde er op hebben zitten krijgt Albertien last van haar knieën en besluit om terug te gaan. Ik wil nog wel een stuk verder en doe dat alleen met vele anderen om me heen.

 

Albertien gaat terug en neemt een trail langs Lake Louisa ook een paar kilometer alleen vlak. Ik zet de gang er in en klim naar boven eerst naar Lake Mirror en daarna door naar Lake Agnes vlak bij de toppen van de rocky’s. Van af hier het is nog 1km naar het hoogste uitkijk punt, maar die laat ik voor wat het is. Bij Lake Agnes zit een klein restaurantje. Ik zie de kok buiten staan en vraag, hoe krijgen jullie de goederen naar boven? Ik vond het toch een hele klim. Hij zegt, het meeste gaat met de helikopter en de dagelijks verse spullen nemen we zelf mee als aan het werk gaan dus ook lopend. Flinke klus elke werkdag.

 

Terwijl ik hier sta, landt er een heli om een man van bergbewaking op te pikken. Wel een mooi gezicht hoe dat gaat. Daarna ga ik terug naar beneden ook nog een fikse tippel maar na 48 min ben ik weer beneden. En dan is er koffie in de camper, waar Albertien ook net binnen is van haar wandeling. Inmiddels is de grote parkeerplaats totaal vol met auto’s en stikt het er van de mensen die voor het meer, het uitzicht en de wandelingen komen.  

 

We verlaten de staat Alberta en gaan terug naar British Colombia. Het wordt een lange rit. Wij  rijden door een lange bergpas in de Rocky Mountains naar het volgende stadje, 135 km slingerend door de bergen. Daar wat inkopen gedaan en de tank weer vol gegooid, 70 liter a $  1,42 per liter. Dat  tikt aardig aan en in de bergen lust onze Ford ook een flinke slok, 1 op 5 denk ik. Wij kunnen hierna verder over lokale wegen, want hoe mooi de weg door de bergen ook is, het is wel een snelweg, op zoek naar een camping. Mijn lief heeft het allemaal weer prima uitgezocht. Blanket Creek met een meertje waarin we zwemmen. Het water is heerlijk aangenaam, 21 graden denk ik. Anders dan alle bergstromen om ons heen waar de temperatuur niet hoger dan een paar graden is. Terwijl we zwemmen begint het te regenen. Prachtig al die opspringende waterdruppels om ons heen. En natuurlijk ook hier weer een prachtige, royale spot met eetbank en vuurbak erbij.

 

Inmiddels is het woensdag 10 juli. Eerst gaan 55 km naar het zuiden daar met een ferry over een meer en dan al slingerend over lokale wegen langs meren de bergen uit . Onderweg zien we nog vos en een aantal herten, die met verassend elegante sprongen de berm in duiken. Dan weer met een ferry weer naar de overkant van het meer en na een lange rit door farmersland gaan naar een van de grotere steden, Vernon. Daar ten zuiden van is een camping die in plateaus tegen een berg aan ligt waardoor we een mooi uitzicht hebben over de vallei en het meer. Het enige probleem is de snelweg op de achtergrond, maar als de wind opsteekt is dat probleem opgelost.

 

Iets anders is dat ze hier waarschuwen voor ratelsnakes en bullsnakes. De eerste is giftig, de andere niet. Er lopen ook een soort grote marmotten rond zoals bij ons konijnen. Op het terrein van de camping is een trail rondom het hele terrein, dat betekend een fikse wandeling langs hoog gras en struikgewas. De trail is wel gemaaid maar ik loop toch maar waaks rond te kijken of er geen slang op het pad ligt ergens. Verder een prachtige plek met warme douches en warm water voor de was. Het is mooi weer, 25 gr en de zon schijnt. De slangen hebben we overleefd en helaas ook niet gezien.

 

We gaan weer op weg, nu duidelijk richting Vancouver want het eind van deze reis komt in zicht. Zaterdag moeten we de camper inleveren. Het eerste stuk gaat over een stuk snelweg maar nemen we het een doorgaande weg door een mooi landschap. We maken nog paar stops onderweg om wat te kopen en bij McDonald te internetten, af en toe  te eten of koffie te leuten om wakker te blijven. Onderweg zijner veel mooie rest areas, waar iets interessants te zien is of het is een mooie plek met tafels en toiletten. Na zo’n 250 km zoeken we een campground in Manning park en zo als altijd weet Albertien die keurig uit te vinden op de kaart. We staan weer op een droomplek aan een berg riviertje met uiteraard een picknictafel en vuurstookplek. Het is fris vanavond dus op tijd op bed ondanks het houtvuurtje.

 

Na een koude nacht om 7uur eruit, ontbijten en weer op weg richting Hope. We nemen nu grotendeels snelweg maar wel een die door mooie natuur gaat. Halverwege gaan we van de snelweg af door wat lokale dorpjes om daar een beeld van te krijgen. Ten zuiden van Chilliwack willen we een plekje zien te krijgen voor de laatste nacht. Maar als we bij Cultus Lake aankomen krijgen we te horen dat er geen plaats meer is. De 4 grote provincial park campings die hier vlak bij elkaar liggen zijn allemaal vol.  Een aardige dame in de office gaat voor ons rond bellen en vindt zo waar nog camping die nog plaats heeft. We rijden er heen en ik moet zeggen normaal zou je hem niet zo gauw vinden maar daardoor we hebben weer een goede plek voor onze laatste nacht in Canada. Deze camping wordt gerund door First nation people en normaal gesproken moet je hier vreemd genoeg 100 dollar borg betalen. Ik kan dat niet, want ons Canadese geld is bijna op en borg via mijn creditkaart zie ik niet zitten. Gelukkig maakt de manager een uitzondering voor ons. Het terrein staat vol met grote groepen families en vrienden, die dit weekend van het mooie weer en elkaar genieten. Het is een gezellige lawaaierige boel.Hier kunnen we de camper schoonmaken en inpakken om morgen de camper af te leveren en naar het vliegveld te gaan. We geven onze leftovers, olijfolie en wasmiddel aan de buren, die daar blij mee zijn.

 

De laatste dag met camper we gaan al vroeg op weg maar nu omdat we uitgerookt worden doordat een aantal mensen op de camping al vroeg met (nat) gras hun kampvuurtje weer opstoken. Omdat het windstil is blijft de smog hangen en stinkt de hele camping. Dus snel weg, we ontbijten wel ergens onderweg en maken daar de laatste stukjes van de camper schoon. Onderweg blijkt zelfs langs de snelweg 1a een rest area te zijn waar je de vuilwatertank kan legen. Wij hebben dat iets daarvoor al gedaan. Overigens is het ons gelukt om dat her en der gratis te doen in plaats 5 dollar per keer te betalen.  De duurtste camping was 31 dollar, de goedkoopste 16, maar meestal hebben we 21 betaald. Acht nachten stonden we campings van provincial of state parks en 2 nachten bij prive campings van Firts Nation people. De grotere, duurdere campings en ressorts hebben we gemeden.

 

Stroom om apparaten op te laden hadden we niet nodig omdat we aan het begin een kleine inverter hebben gekocht die de 12 volt van de auto tijdens het rijden om kon zetten naar 110 volt, die we nodig hadden voor onze laptop, telefoons en Ipad. Zaterdagmorgen 13 juli om elf uur zijn we terug, kunnen we aftanken en de camper inleveren. Onderweg is gebleken, dat we 1 op 5.2 halen en als we rustig rijden 1 op 7 maar dat is toch lastig met al die bergen. We hebben nog tijd over en blijven nog rondhangen bij Fraserway, waar ze ons onthalen op koffie en hotsdogs. Tegen de middag worden we teruggebracht naar het vliegveld. We vliegen met een klein vliegtuig met propellers, dat is weer eens wat anders, naar Seattle.  Daar stappen we na een snelle maaltijd over op een groter straalvliegtuig naar Juneau waar we s’avonds om tien uur landen.

Alaska here we come!

 

 

mailen op zeezotnl@hotmail.com

Groeten Joop en Albertien.

 

Ps Foto’s volgen nog maar wie weet staan ze er al op. http://picasaweb.google.com/syzeezot