Archive for the ‘201203 Nieuw Zeeland’ Category

donderdag, maart 1st, 2012

Verslag Nieuw Zeeland 21-1-tot 28-2-2012

Tja dit is nog niet vaak gebeurd. Ik ben ver achter met het bijhouden van ons reisverslag. Het reizen neemt zoveel energie en tijd dat het er tot nu, 1-2, niet van gekomen is te beschrijven wat we allemaal meemaken. We komen aan met een lichte vertraging en vinden de bus die ons naar het centrum van Auckland zal brengen. De instructies van de buschauffeur zijn wat verwarrend en zo lopen we met onze tassen op wieltjes een fikse berg op. Enfin hebben we onze beweging ook weer gehad. We vinden ons hotel en zijn tevreden genoeg met ons onderkomen. Kamer met wc, douche, betaald internet, tv, een eigen keuken met gerei en dat voor 70 NZ dollar per nacht. De NZ dollar is evenals de Aussie dollar fors gestegen in de afgelopen tijd. Bij het boeken van de reis was hij nog 0,55 en nu al 0.63. Die avond eten we, je zal het niet geloven iets bij MC Donald. Verder ging het initiatief niet die avond. We vinden daarna nog een gezellige kroeg. Aan het hoge plafond hangen allemaal stalampen uit (over)grootmoederstijd. De wijn is er lekker, maar de muziek staat te hard dus verplaatsen we ons naar onze kamer na een bezoek aan een supermarkt. De volgende dag regent het en hebben we een excuus om de dag langzaam te starten en te wennen. Later verkennen we de stad en lopen we naar het museum, waar we vooral de afdelingen Oceanie en die over de Maori’s verkennen. Joop maakt nog een gefingeerde aardbeving mee. Ik had die ervaring al live. Op het grasveld voor het museum vind een live jazz optreden plaats. Kijk en dit is in onze ogen nu het verschil tussen Nieuw zeeland en Australië. Overigens ook de kroeg van gisteravond hebben we in zijn soort niet in Australië gezien. Nieuw Zeeland komt zoals voorspeld meer Europees over. Beide landen hebben in onze ogen meer met de USA gemeen dan ze zelf beseffen. Of omgekeerd, dat kan natuurlijk ook. We slenteren langzaam terug naar de stad en gaan lekker uit eten bij een Indiaas restaurant. Je vind hier eethuizen van allerlei Aziatische landen. En dan is het zover, we gaan onze auto voor de komende dagen ophalen. Het is een oudje. Dat wisten we van te voren maar het is toch even wennen. Een nieuwer model was eenvoudig te duur.

Het is een spaceship, een Toyota Lucinda, die omgebouwd is tot een soort campervan. Het voordeel is dat je een personenauto rijdt, waar je in kan slapen. Het bed is op 2 manieren te plaatsen. Wij gebruiken de manier waarop je de achterklep open zet en er een soort tent aan hangt. Je houdt zo binnen meer ruimte over. Je kan ook de achterklep dicht laten en helemaal in de auto slapen. We richten de auto zo goed als dat kan in en vertrekken. De eerste camping, op Goat Island, vinden we schrikbarend duur: $44,- per nacht. Het is een verlopen toestand. Weliswaar met een keuken waar je koken kan en een diepvries waarin we een waterfles bevriezen zodat we onze koeltas ook koel kunnen houden, maar met maar 3 toiletten en 2 douches per sexe voor pakweg 100 mensen. Wel vinden we hier in de leftovers een aantal te gebruiken zaken om onze autokeuken beter op peil te brengen. We kopen er nog een paar glazen en nu zijn we redelijk op orde, tezamen met de zaken die we al uit Australië meenamen. We vinden dat je kan merken dat we al eerder een auto ingericht hebben om mee te reizen. Het lijkt misschien wat vreemd om daar zoveel energie in te steken, maar voor ons is het ons huisje de komende tijd en iets meer gemak is fijn. In de dagen daarna fabrieken we er ook nog een luifel aan en dan zijn we pas echt tevreden. Ondertussen kijken we al rijdend onze ogen uit. Prachtige baaien met zeilboten brengen ons af en toe in verwarring. We komen in Wangarei. Volgens Joop een van de plaatsen waar wereldzeilers liggen. Dus wij opzoek naar bekende schepen. Dat mislukt, maar in de haven ligt een Nederlands schip, De Ware Jacob. We spreken ze aan en als we aan boord zijn komt het gesprek al snel op alle bekende boten die zij ook kennen. Een feest van herkenning en voor ons wat vreemd om nu hier op een boot te zitten. Hier na rijden we door op zoek naar onze eerste DOC camping. Dit zijn in vergelijking met Nederland de SSB campings. Ze gaan van zeer eenvoudig, enkel een compost toilet met water uit de rivier tot met inclusief een gemeenschappelijke keuken en soms een warme douche. Deze, Puriri Bay, Whangaruru North Head, zit er tussenin. Wel toiletten met spoeling en een koude douche als je wilt, maar aan een prachtig baaitje aan zee. Hier ontmoeten we eerst een stel jonge mensen die we ook al zagen bij de autoverhuurder. Zij waren absoluut niet tevreden met de hun toe gewezen auto. Klonk ook erg onveilig. Ze kregen hun geld terug en hebben vervolgend bij de concurrent voor het zelfde geld een mooiere camper gehuurd. En dan klinkt het ineens uit twee monden:’He jullie ook hier?? Joop en Gerit Knop herkennen elkaar tegelijkertijd. Wonderbaarlijk zo’n ontmoeting met mensen die thuis op nog geen km afstand wonen. Ze staan hier op 20 meter afstand. Natuurlijk hebben we deze ontmoeting op foto vastgelegd. Misschien wordt het een vermelding in de Terschellinger waard. De volgende dag gaan we verder naar het Noorden via Russell. Een gezellig toeristisch plaatsje aan de Bay of Islands, ook alweer een schitterend zeilgebied. Wij nemen genoegen met de pont. Het laatste stukje hierheen rijden was spannend omdat de benzinetank sneller reserve aangaf dan wij bedacht hadden. En geen pomp in de buurt natuurlijk. Uiteindelijk tanken we in Russell voor de hoofdprijs bij een Nederlandse pomphouder. We rijden via een kustweg al slingerend naar Mataibay. Ook hier vinden we weer een goed plekje. Tot onze verbazing komt er een man een stukzeil op de grond spannen tussen de tenten en campers waarop hij een H spuit alsof er een heli zal landen. Wij wachten af en er gebeurt niks! We besluiten na dubben en wijs beraad om niet helemaal naar het Noorden te rijden. We missen zo wel de stroming in het water daar, maar de weg er heen is lang en de hoge duinen waar een ieder over op geeft hebben we op Fraser al gezien. We buigen af naar de westkust. Via een pont gaan we over de inham van Hokianga Harbour. In Omapere gaan we opzoek naar een ‘bone-carver” waar Marleen indertijd een cursus heeft gevolgd. Ze had ons een foto meegegeven en die willen we afgeven. Door een wonderlijk toeval vinden we zijn adres, maar helaas was de man niet thuis. We laten de foto achter en rijden door via een uitkijkpunt aan de ingang van de harbour. Wat een stroming staat hier. Naar binnen varen lijkt ons iets voor iemand met veel , heel veel plaatselijke kennis. Dan komen we bij de Lord of the forest. Dit is de grootste en oudste kauiriboom, die er nog bestaat. Kaurihout is hard en de stammen zijn recht. Ideaal hout dus voor mast en huizenbouw. In een vloek en een zucht is dit land dan ook ontdaan van al die eeuwen oude grote bomen. Nu mogen ze alleen nog voor rituelen van de Maori bevolking gekapt worden. Het Kaurihout dat nu nog bewerkt wordt, is hout dat bewaard is gebleven in de verzuurde grond. Later als we in Cormandel zijn zien we een filmpje over de bushman. Het was een wonderlijk leven in de wouden die ze kapten en hoe ze de stammen via watersluizen naar beneden lieten denderen met alle schadelijke gevolgen voor de omgeving van dien. Na een gravelweg komen we aan op de, in mijn ogen, leukste camping tot nu toe. Het is een kleine camping met keuken en warme douche. De volgende dag maken we met een ander Nederlands stel een prachtige wandeling door de omgeving voor we verder gaan. Helaas lijkt het mooie weer op. We rijden een heel eind naar het zuiden en kamperen op een gewone camping, waar we voor het eerst onze luifel opzetten. We zijn allebei dik tevreden met het resultaat. Die avond nodigen we weer een ander Nederlands stel uit voor een drankje. Het gekke is dat de man van dit stel hetzelfde probleem met een kies heeft als Joop. Gelukkig nemen de pijn en de zwelling bij Joop steeds verder af. We rijden verder via het autoverhuurbedrijf, waar we een mooiere tafel scoren en nog wat andere zaken overnemen van een Zwitsers stel. We besluiten de auto 2 dagen langer te huren in plaats van de laatste nachten weer in een hotel in Auckland door te brengen. Die avond hebben we afgesproken dat we naar Erik en Nancy gaan in Kauaeranga Valley, Coromandel. Erik is de broer van een goede vriend van ons en een vriend van Joop’ s broer Hennie. Joop en Erik hebben elkaar zo’n 9 jaar geleden voor het laatst gezien. Erik blijkt met zijn vrouw Nancy een biologische tuinderij te runnen. Ze wonen in een zelfgebouwd lemen huis. Wij slaan ons kampje op tussen de appelboompjes. De volgende dag maken we een mooie, maar zware wandeling met heel veel trappen. Uiteindelijk haal ik de top niet. Meer dan zevenhonderd treden naar boven en dan weer naar beneden blijken iets teveel voor mijn knieën. Daarna eten we pizza bij Erik in een zelf gebouwde pizza oven. Lekker en gezellig. We maken een afspraak om op de terugweg weer langs te komen en dan te gaan zeilen in hun trailerbare zeilboot. We vertrekken om het schiereiland Coromandel rond te rijden. In het plaatsje met de zelfde naam nemen we een treintje, dat ooit door een pottenbakker is aangelegd om zijn klei uit de bergen te halen. Nu is het een leuke toeristische attractie. Je rijdt tot boven de bomen en dan scharrel je met het zelfde smalspoor treintje weer naar beneden. Op het hoogste punt verteld de oude pottenbakker en stichter zijn verhaal. Hij pootte hier ongeveerd 3000 nieuw kauri bomen. Het stationnetje is (was?) een plaats waar verschillende keramisten en glasblazers hun werkplaats hebben (gehad?). Het ziet en nu wat verlopen uit en dat is jammer. Wat ook jammer is, is dat het nu al 26 februari is en ik nu pas de rust heb om verder te schrijven. We zijn weer bij Erik en Nancy. De boys zijn zeilen en ik vind het fijn om een dag je “thuis” te blijven. Overmorgen vliegen we weer naar Melbourne. Onze tocht door Nieuw Zeeland is er een met grote afwisseling geworden. Zo wel voor ons zelf als wat het landschap betreft. We hebben genoten van de prachtige baaien en tegelijkertijd moeten we ons dan steeds weer verhouden tot het feit dat we hier niet zelf met onze boot liggen. Het is een land voor wandelaars. In het begin komt daar voor ons niet veel van, omdat ik nog last heb van mijn teen en alleen op teenslippers kan lopen. Ook mijn conditie is slecht. Dat wordt beide gaandeweg gelukkig beter. In eerste instantie hebben we last van het feit dat we niet zoveel nieuws zien. Het landschap toont als de Azoren en een regenwoud is niet nieuw meer evenals de veel baaien en rotsen in de oceaan. Het blijft natuurlijk mooi en we oh-en en ah-en dan ook heel wat af. Het Noord eiland vinden we beiden aantrekkelijker dan het Zuider. Dit in tegenstelling tot veel anderen. Het Noorden is weliswaar drukker bevolkt, maar je krijgt ook meer mee van het gewone leven. Op het Zuid eiland rijdt je toch vaak met andere toeristen alle bezienswaardigheden af. Dit ondanks onze neiging tot het rijden van binnenwegen, voorzover aanwezig hier. Gelukkig rijden we kennelijk tegen de gebruikelijke route in, want we ontmoeten steeds andere mensen. Anderen vertellen dat ze op elke plaats steeds de zelfde mensen weer tegen komen. Kan leuk zijn maar je wilt toch dat het jouw reis wordt. Enfin na de Caromandel gaan we naar Rotarua. Deze plaats staat bekend om zijn geisers en heet water bronnen. We vinden een beeldschoon plekje aan een meer iets ten zuiden er van. Gelukkig zijn we vroeg want de camping loopt vol voor het donker is. Op elke camping hier gaat bijna iedereen met de kippen op stok en is met er om 7 uur ‘s morgens al weer uit. De dag daarop bekijken we de blubberende heetwaterbronnen in de stad en besluiten de toeristische attracties te laten voor wat ze zijn. We vinden op aanwijzingen van Erik een riviertje met water van 40 graden. Meer mensen hebben dit gevonden, maar je zit toch maar middenin de ongeëxploiteerde natuur in warm, zwavelig stromend water. Joop geniet van de intense warmte. We maken die dag nog een prachtige wandeling door een vulkanisch gebied. De volgende camping is weer te duur, maar het is al laat en we kunnen er gebruikmaken van een knus keukentje. De kippen scharrelen hier los rond en Joop heeft de grootste lol om mijn schrikreactie als er weer onverwachts ergens een kip, haan of kuiken opduikt. We rijden rond het meer van Taupo op weg naar Tongariro national park. Daar schijnen prachtige wandelpaden te zijn. Helaas het begint te regenen en de wolken bezetten de bergen zodat we besluiten verder te rijden over de Forgottenland Highway. Een prachtige weg. Het blijft regenen of miezeren en op de volgende camping krijgen we complimenten over onze luifel. Dat dan weer wel. Dan op naar Wellington waarvandaan we naar het Zuid eiland zullen vertrekken. In een tweedehands, goede doelen winkel kopen we een thermoskan en daardoor wordt vooral Joop zijn koffiezetterij een stuk gemakkelijker. Helaas regent het tijdens de overtocht van 3,5 uur 3 uur. We komen aan als het droog is en dat is mooi. We rijden tegen de avond via een prachtige kustweg naar Pelorus Bridge, een DOC camping, waar ik uit voorzorg een plekje heb gereserveerd. We slaan daardoor de Malborough sound over en bewaren die voor de terugweg in de hoop dat het dan niet zo bewolkt is. Die avond maken we voor het eerst kennis met sandflies van het Zuideiland. Wederzijds bevalt de kennismaking niet zo goed. Zij genieten vooral van Joop en iets minder van mij. De bultjes die je er van krijgt jeuken vreselijk een aantal dagen en ’s nachts extra. De volgende dag kopen we dan ook meteen een verzachtende olie die ook nog eens anti-vlieg is. Later gaan we over op heftiger spul. Ik heb het even gehad met rijden en trekken. Deze camping vinden we te druk en niet fijn dus vertrekken we wel , maar komen die dag niet verder dan 70 km verder op. We blijven in Nelson. Het regent alweer. De volgende dag is het droog!! We komen tot Tanaka en vinden daar een mooie rustige camping met uitzicht over de weiden en zonder beestjes. Vanaf dit plekje kunnen we lopend het dorp in en dat geeft ons een heerlijk vakantie gevoel. IJsje, pilsje en dan naar je ‘tentje’ slenteren. Heerlijk. Wanneer we weer onder weg zijn drinken we koffie bij het haventje. In de buurt van Tanaka zijn er in januari veel landslides geweest. Het is ongelooflijk wat zo’n modderstroom allemaal teweeg kan brengen. We rijden verder terug de bergen in en ontmoeten die avond een jonge Duitse van 18 jaar die in haar eentje op reis is. Ze heeft een auto gekocht en trekt kamperend en via backpackers hostals rond, af en toe, ergens werkend. Ze is niet de enige jongere die hier zo rondtrekt, maar wel de jongste alleenstaande dame, die wij ontmoeten. En dan staan we op een camping bij het strand aan de Kohaihai river. Het is er prachtig, maar helaas barst het van de zandvliegen. Je kan niet rustig bij je tent zitten. Tot nu toe konden we ze redelijk de baas. Temeer daar ze in de avond op het dakraam gaan zitten want daar is het licht. Wij kunnen ze dan om zeep helpen. Niet een favoriete hobby, maar voor onze nacht rust noodzakelijk. Joop dwaalt over het strand en ik zit in de auto te lezen. Gewoon buiten zitten, zit er niet in, zelfs een vuurtje helpt niet. Op Joop zijn voorstel gaan we met stoelen en wijn naar het strand om bij de riviermonding te kijken hoe de vloedstroom het zal gaan winnen van de naar buiten stromende riviertje. Weinig vliegjes hier. We horen een heftig gepiep en zien 4 eendenkuikentjes, die proberen terug de rivier op te zwemmen tegen de stroom in. Ze klauteren tegen de zandwal aan de overkant op, maar die stort keer op keer in. Dan proberen ze te zwemmen en we zien er 3 op een rots in het midden van de stroom verschijnen. Waar is nummer vier? Meegezogen met de vloedstroom die het af en toe begint te winnen van de rivier? De zee breekt op de rotsen vlak voor de rivier uitgang, dat overleeft ie nooit! De 3 vinden hun weg naar onze kant, scharrelen daar een stukje land inwaarts en vinden dan hun weg terug naar moedereend die nu hun gepiep kan horen en ze terugroept. We treuren al over nummer 4, wanneer ook die op de rots tevoorschijn komt. Gelukkig. En dan gaat die sufferd langs de verkeerde kant het water in en komt weer in de maalstroom terecht. Hij of zij redt het net om weer bij de goede rots uit te komen en na wat uitgehijg en gepiep gaat ook die de goede kant op. Wij zijn vol verbazing over zoveel levensdrift, want ook dit eendje moet weer over de stromende rivier naar moe toe zwemmen. Dat gaat half lopend, dan weer zwemmend uitrusten wat meteen weer meters kost. Enfin na een spurtje of 2 is ook die weer veilig bij moe en kunnen wij weer opgelucht ademhalen. Wat een avontuur. Wij overleven die nacht met extra prikken en besluiten de westkust waar het fly-wise toch het ergste schijnt te zijn te verlaten. Via Arthurspass en een DOC camping waar een militaire oefening is, gaan we naar Christchurch. Hier gaan we bij de verhuurder langs want ‘onze’ achterlichten doen het niet. Het blijkt dat zij het niet kunnen herstellen en dus krijgen we een andere auto. Dat betekend de boel uit- en ompakken. Deze auto heeft iets meer luxe, maar het bed is slechter en ze hebben er geurzakjes in hangen en dat vind ik stinken. We gaan hier op bezoek bij een jeugdvriend van mij, Wytze en zijn partner Janet. Hij woont hier al jaren en heeft minimale schade opgelopen bij de aardbevingen. Wij zijn toch nog onder de indruk. Maar het is waar. In de omgeving zien we veel beschadigde huizen. Hun huis staat op palen en heeft enorm staan schudden. Het resultaat daarvan was dat de kasten hun inhoud los hebben gelaten, wat een enorme ravage opleverde, dat de schilderijen van de wand gevallen zijn en dat de vleugel aan de wandel is gegaan. Maar het huis zelf heeft nauwelijks schade.

We hebben een gezellige avond met een verrukkelijk maal. En… een naschok van 4,2. De volgende ochtend teutebellen we. Eerst bewonderen we Wytzes pianozaak. Wij gaan de stad in en zien daar alle schade, maar ook weer de energie waarmee we er een nieuw centrum opgezet is met behulp van zeecontainers. We ontmoeten elkaar weer bij een fundraising concert waar Wytze aan mee doet met zijn tango combo. Ook die avond worden we weer vorstelijk verwend. We trekken verder onder de indruk van de kracht van de aarde, de natuur en de mensen. We gaan naar een schiereiland ten zuiden van Christchurch. Dit is ontstaan bij een vulkaan uitbarsting, die prachtige baaien in zee heeft gevormd. Het is toeristisch , maar ook gezellig. We vinden een plekje in een baai aan zee, waar we omringd worden door brutale meeuwen. Op naar Queenstown, de stad waar alle uitdagingen zijn , die vooral jonge mensen hier allemaal schijnen te moeten doen. Eerst gaan we naar lake Pukaki aan de voet van Mount Cook. Vanuit de camping zien we de sneeuw en het begin van een gletsjer. Na het eten maken we nog een wandeling richting die gletsjer en dat is maar goed ook want de volgende ochtend regent het pijpestelen. In Queenstown staan we op een campground van steen en kiezels, maar het is in het centrum van de stad. Bovendien krijgen we er als spaceshiphuurders korting en dat is altijd mee genomen nu de dollar hier hoog staat en/of onze euro laag. De dag daarop blijven we in de buurt rijden een stuk langs het meer hangen in de stad rond en gaan weer naar de zelfde camping. Het volgende de doel is toch weer de westkant,want daar zijn de grote gletsjers die ook wij zonder klimervaring kunnen bezoeken. We gaan via Manaka waar we een doolhof bezoeken. Zo’n doolhof blijkt voor velen een ware relatie test te zijn. Je ziet koppels samen de oplossing zoeken en anderen staan lijnrecht tegenover elkaar in hun oplossende vermogen of vinden dat de ander de oplossing maar moet vinden ,want ‘het was jouw idee immers?’ Wij aanschouwen dit en vinden onze weg. En staan die avond op een van de mooiste camping tot nu toe. Aan de rand van een meer met bergen alom. Naast ons komt een Nederlandse dame te staan, die met haar zoon van 13 op wereldreis is. We genieten van hun verhalen. We rijden verder via het plaatsje Haast. Onderweg maken we diverse stops voor langere of kortere wandelingen in de omgeving. We boeken een wandeling met gids op de Fox gletjer voor de volgende dag en slaan onze ‘tent’ op een ,alweer spaceship camping. Ook nu weer lekker luxe met een keuken en warme douche. Die avond ontmoeten we Zweedse mensen en hebben een gezellig vliegloze avond in de keuken anex lounge. De wandeling de volgende dag is interessant, maar gaat vooral Joop te langzaam. Al met al zijn we 4 uur onderweg. We gaan weer naar de camping terug van gisteren en maken nog een wandeling naar de voet van de Franz Josef gletsjer. Nu weer terug naar de oostkust. Deze keer via de Lewispass. We willen naar Kaikoura om walvissen en dolfijnen te zien en een stukje van die kust. Als we aan komen regent het weer, maar de volgende dag is het droog en helder. We zien dolfijnen vlakbij de kust ze springen hoog uit het water en maken salto’s. Onderweg komen we langs een aankondiging bij een vliegveldje dat je walvis spotvluchten kan maken en na even dubben besluiten we dat de doen. Het wordt een bijzondere ervaring. Cirkels draaien boven een grote vis die ook nog eens benaderd wordt door walvisspotboten, waardoor je werkelijk kan zien hoe groot zo’n dier is. We zien ook de dolfijnen nog. Beide genieten we van het vliegen met deze vierpersoons piper met een aardige piloot van 22 jaar. We gaan door naar de Malbourough Sound, want de dag daarop willen we weer naar het Noorder Eiland. Zowel Nancy en Erik als Wytze en Janet zijn weg van dit gebied. We snappen waarom. Het is als een fjordgebied met kleine eilandjes en inhammen waarin je prachtig kan kanoen , zeilen en ankeren. Wij vinden een camping halverwege ons einddoel hier en besluiten dat we hier stoppen. De weg is kronkelig en gaat op en neer , zodat we slechts langzaam kunnen rijden en morgen moeten we dezelfde weg terug. Na een wandeling ’s morgens gaan we richting de ferry en boeken in. We hebben een prachtige overtocht en vinden een plekje om te staan midden in Wellington achter een Backpackers accomodation. Er is daar zowaar ook nog een mini kampeerterreintje. Wij staan op de parkeerplek achter het gebouw. Joop rijdt de auto op een spoorbiels aan één kant zodat we horizontaal staan. Ook hier begint het weer te regenen, maar gelukkig pas nadat we de stad in zijn geweest. We bezoeken de dag daarop het “Te Papa” museum. Dit museum is ingericht volgens het maori gedachtegoed. Het is een totaal andere inrichting en dwalen wordt je makkelijk gemaakt. Om 1 uur staan we weer buiten en vertrekken richting Napier. Dit is een stad die bekend staat om zijn art-deco gebouwen. Het klopt ze staan er. Misschien wat meer dan in andere steden en er is wat meer aandacht aan besteed, maar verder lijkt het de volgende toeristische aandacht trek truc. Wij hebben daar soms moeite mee. Het is hier prachtig en ook al zijn wij door onze reizen verwend geraakt we genieten van de bergen de heuvels en de baaien. Ik haal mijn hart op aan alle bloemen die hier overal bloeien. Vooral langs de kant van de weg staan veel van mijn favoriete bloemen. Zoals agapantus, vaste lathyrus, aubretia, susanne met de mooie ogen, oostindische kers en nog veel meer. Ook het kamperen hier is meestal goed. Of je staat in de natuur of je staat iets minder mooi maar dan is er vaak een gemeenschappelijke keuken, waar je kan koken en mensen ontmoeten. Zo ook nu weer. Het regent en we staan met een ander stel op deze camping. Ze komen uit Canada. Zij is van Nederlandse afkomst. Ze verstaat en spreekt Nederlands. Ze zijn op huwelijksreis en hij noemt haar “a travel bug”. Hij ontdekt het nu. Het reizen dan. Dan op naar Gisborne ook hier druppelt het nog. Na gedoe vinden we een camping waarvan we vinden dat ie mee door kan. Een ouder Engels stel heeft voor vandaag de moed op gegeven en slaapt in een cabin. Dat is een houten hutje met minimaal een bed pp. Ze hebben wel pech want ze is komen voor lange wandelingen en het regent veel. Het is een slechte zomer hier. Mensen klagen er veel over. Maar dan klaart het op en rijden we dwars door het land naar een camping bij het strand aan de oostkust. We rijden eerst een stukje om, om te gaan zwemmen in een hotspring pool. Dit is een soda spring en ze moeten het water van 60 afkoelen tot 38 graden. Het is dus heerlijk warm en je vel wordt er zacht van. De camping is weer prachtig en we gaan meteen naar het strand. Ik scharrel wat rond op zoek naar mooie dingen en Joop maakt een stevige wandeling. Tevreden komen we terug bij de auto. Dan is het zaterdag en we gaan terug naar Erik en Nancy. We hebben een gezellige avond met goed voedsel. De volgende dag gaan Joop en Erik zeilen. Nancy en ik kiezen er voor om lekker thuis rond te rommelen. Voor mij betekend dit zoals ik al eerder geschreven, dat ik eindelijk dit reisverslag kan schrijven. Nu gaan we lekker weer pizza uit de buitenoven eten met bijna iedereen die hier woont. We zijn met zijn 12en! Het was weer erg lekker. De dag daarop vertrekken we richting Auckland langs een prachtige kustweg. We willen in Auckland iets voor de boot kopen en rijden naar het adres van de verkoper. Die is er niet en wij wachten tot en met de lunch alvast ons vertrek voor bereidend. Dan hebben we er genoeg van en gaan naar onze laatste camping hier. Deze ligt midden in de stad en het is er wonderlijk rustig. Helaas staan we vlakbij de keuken en ontmoetingsplek. Dat is handig, maar die avond kletst men buiten tot laat door met nogal luide muziek op de TV van de lounge. Om 1 uur ‘s nachts heeft Joop er genoeg van en gaat naar buiten met de vraag of ze stiller kunnen zijn en zet de TV af. Ze zijn al behoorlijk dronken en met name een man is pissed. Als de rest uiteindelijk naar bed gaat hij weer in de lounge zitten met de TV aan nadat hij met luid gemopper de legen flessen met een hoop herrie in de container mikt. Gelukkig doet hij deze keer de deur dicht, maar het gedreun klinkt nog wel door. Uiteindelijk stapt Joop er weer op af. Ligt de man in diepe slaap bij de muziek met een pilsje in de hand. Dan begint om 5uur de eerste alweer in de keuken te rommelen. Het mag duidelijk zijn onze laatst nacht is meteen de onrustigste geweest. We leveren de auto in en gaan met de taxi naar het vliegveld. Om 13.00uur ’s middags zwaaien we Nieuw Zeeland uit op naar ons nieuwe avontuur in Australië.

http://picasaweb.google.com/syzeezot